Hoeveel inventaris wil je ‘managen’?

De afgelopen verkocht ik praktisch alle modelbouwvoorraad. Er liggen nu nog zeven sets, waar ik wel vanaf kom de komende dagen. Er staan nog vijf pakketten klaar om te verzenden. Het lucht enorm op om datgene weg te doen wat me al zo lang in de weg stond.
Eindelijk had ik daar de ruimte voor. In mijn hoofd, in mijn dagen…. Want het was bijna een volledige baan: mensen antwoorden, dingen uitzoeken, pakjes inpakken, adresetiketten uitprinten en op en neer naar de post-i-butikken.

De inventaris dus. Die is nogal geslonken de afgelopen weken. Ik denk vaak: ‘nu hebben we het minimum wel bereikt’. Maar het kan altijd nog minder. Je zou denken, als je zo’n minimalist bent, dan heb je toch ook gewoon heel weinig spullen?
Dat klopt. In vergelijking met bijna iedereen die ik ken, is het een piepklein beetje. Ik heb een kleine garderobe, mijn pen en notitieboek, wat kook-, planten- en kruidenboeken, een schoenendoos aan sentimentele rommel, een paspoort en pinpas, een handtas en verder niet heel veel. Geen bloemenvazen, geen pyjama’s, geen stapel fysieke boeken om te lezen, geen sieradendoos, geen eigen laptop… Mijn persoonlijke spullen kan ik vermoedelijk en een niet heel ruim bemeten koffer kwijt.

De afgelopen weken ging er nog veel meer weg. Mijn vraag is: wil ik het ‘hanteren’, deze spullen?

En in tijden van ‘gedoe’ is mijn tolerantie voor spullen nog lager. Ook al zijn sommige spullen fijn en brengen ze een zeker plezier, is de vraag of ik dat wil (hanteren) steeds vaker ‘nee’.

De kussens op de stoelen bij de eettafel die ik elke keer moet wassen. Het windlicht waar ik steeds kaarsen voor moet kopen die nooit netjes opbranden. Het vloerkleed dat zorgt dat ik dagelijks moet stofzuigen, een badmat die er, tenzij net uit de wasmachine, steevast smoezelig uitziet (een badhanddoek voor de douche is veel eenvoudiger) Kleding waarvan ik denk ‘nah’, als ik het draag, wat overigens ook kan gebeuren met dingen die lange tijd favorieten waren.

Soms is het antwoord een duidelijke ja. Ik zit graag buiten en niet op een kale houten stoel, dus die meubels en kussens blijven. De leren bank is ijskoud in de winter, dus de schapenvachten die daarop liggen, blijven. Mijn wollen truien die ik op de hand moet wassen, ook. Mijn metalen keltische levensboom aan de muur, ook. De kleurige hertjes… hoeven niet van mij maar de man vindt ze leuk dus vooruit.

Ik probeer bij alles wat ik doe na te denken (heus!), of het de moeite waard is. Of het eenvoudiger kan. En vaak is dat het geval.
Ik kan ontbijt voor meerdere dagen voorbereiden. Ruimte in de koelkast maken zodat ik niet elke dag bier hoef koud te zetten maar in een keer een hele doos met 12 flessen onderin kan zetten. De kinderen een grotere handdoek geven voor hun handen en gezichten, zodat ze niet elke dag alle vier een klein handdoekje gebruiken. Afscheid nemen van dingen die tien jaar geleden wel maar nu niet meer voor mij bestemd zijn, ook al besluit ik over een paar jaar de draad weer op te pakken. Schrijven met een balpen, in plaats van te blijven hannessen met convertors, injectiespuiten en losse inkt, hoe mooi ik het ook vind. (ik gebruik de injectienaald om inkt in de convertor te doen).

Wat is essentieel? Wat is een absolute ‘ja’? Ik wil mijn leven niet doorbrengen met het organiseren, verplaatsen, onderhouden, verhuizen, verzekeren, herwaarderen, kopen en weer wegdoen van spullen.

Hoe meer ik wegdoe, hoe lichter mijn huis, hoe lichter mijn gemoed. Ik houd van een zekere ‘spartaansheid’ in huizen. In elk geval in huizen waar ik zelf in zou moeten wonen, want bij een ander vind ik alles leuk 🙂

De weg naar leven met minder is interessant en nooit klaar. Net zoals wanneer je gaat twijfelen aan wat je televisie je op de mouw speldt, er geen weg terug is naar dat verhaal weer geloven, zie ik ook eigenlijk nooit mensen terugkeren naar een leven vol rommel en overconsumptie.

We hebben vermoedelijk allemaal periodes waarin we wat meer spullen verzamelen, of wellicht juist grenzen testen aan wat we nog comfortabel vinden. Dat is ook prima. Deze periodes vertellen ons wat we op waarde schatten, wat onze voorkeuren zijn en waar we uiteindelijk makkelijk zonder blijken te kunnen leven.

Elke keer vind ik weer dingen waar ik zonder kan, dingen die niet meer belangrijk zijn. Wat ik ervoor terug krijg? Kalmte. Rust in mijn hoofd, in mijn leven en in dat van mijn gezin.
De ‘bandbreedte’ in mijn hoofd om andere dingen te doen. Dingen te veranderen in mijn leven. Meer te leven in overeenstemming met mijn waarden. Meer tijd voor de kinderen en de man. Om brieven te schrijven. Om te besluiten nu eindelijk eens die doorn in mijn oog (de modelbouw) aan te pakken en het in een week kwijt te zijn. Om te besluiten dat ik NU! ECHT! CONSEQUENT! de supermarkten ga vermijden en mijn geld stoppen waar mijn mond is.

Het diepe besef dat weinig, genoeg is. Dat het nog altijd minder kan waarmee tegelijkertijd de kwaliteit van mijn leven, toeneemt.