Afhankelijkheden en (weer) gestopt met koffie.

Mijn eerste blog had als titel ‘op weg naar onafhankelijkheid’. Ik wilde minder afhankelijk zijn van geld, van een inkomen, van de bank en ik wilde van de schuld af die we hadden: de Rabobank veranderde opeens hun voorwaarde van de overbruggingshypotheek.
Het was een lang verhaal maar het kwam erop neer dat we de door hen gecalculeerde winst van ons nog niet verkochte oude huis, opeens cash op tafel moesten leggen binnen een paar weken. Dat was 25000 euro, dat we gelukkig van mijn ouders konden lenen maar evenzogoed terug moesten betalen.

Nu is het hele idee van onafhankelijkheid natuurlijk lariekoek. Niemand is onafhankelijk en dat het een te prefereren levensstijl zou zijn is intens triest en alleen bedoeld ter verzwakking van het individu, niet als ‘empowering‘ of wat voor raar woord er ook aan gegeven wordt. Zit je daar in je eentje in een gesloten grote stad met kind noch kraai en hoogstens een kat op je hippe sofa, onafhankelijk te wezen.

Maar goed, afhankelijkheden. Prima, maar dan wel van de juiste dingen. Wel van het inkomen dat de man verdient, niet van twee inkomens. Wel van een aardige huisbaas, niet van een lening van de bank. Wel van de biologische winkel op internet, veel minder van de supermarkt.

Ik houd er niet van om externe dingen nodig te hebben om me goed te voelen. Althans, niet te veel. Ik houd ervan mijn haar schoon te kunnen wassen maar ben al in 20 jaar niet bij de kapper geweest.
Ik zie er beter uit als ik mijn wenkbrauwen en wimpers bijkleur, wat oogschaduw en lippenstift opdoe maar ik hoef geen foundation, nagellak, lippenstift in 14 kleuren of gezichtsreiniging in zes stappen. Ik houd van fijne kleren maar een garderobe met meer dan 25 kledingstukken geeft me alleen maar stress.
Ik houd van eten maar probeer ook dagelijks in elk geval 16 uur te vasten om minder afhankelijk te zijn van een constante aanvoer van kcal.
Ik ben blij dat ik een droger heb, voor wanneer de was in huis eerder naar natte hond ruikt dan droog wordt. Een vaatwasser is fijn maar overdag was ik vaak gewoon af.

Zulke dingen.

Iets dat me wel al lang irriteerde, qua afhankelijkheid, is koffie. Ik heb er zoals met veel dingen, een haat-liefde verhouding mee. Ik vind koffie heerlijk maar krijg hoofdpijn als ik er ‘te weinig’ van drink, iets dat op zichzelf al alarmbellen zou moeten doen rinkelen. Ik weet dat koffie vooral niet goed voor je is.

De belangen van de cafeïne-industrie zijn gigantisch. Dat zijn natuurlijk niet alleen de koffieproducenten maar ook de coca-cola, chocolademakers en pillenmakers want er zijn flink wat medicijnen en supplementen waarin cafeïne verwerkt is. Daarom zal je niet snel een negatief verhaal leven over iedereen z’n favoriete drug, want dat is het uiteindelijk wel.

Er zijn enorm veel nadelen aan het gebruik van cafeïne, die ook al optreden bij geringe consumptie. Ik lees nu ‘Cafeine Blues’, een al wat ouder boek dat deze verbanden, maar ook de vaak over het hoofd geziene en genegeerde verbanden tussen bepaalde klachten en cafeïnegebruik, onderzoekt.

Ik dacht lang ‘och, dat is samen met een glas rode wijn mijn enige ondeugd, waarom zou ik me er druk om maken?’ maar de laatste tijd merkte ik dat het me steeds meer dwars zat. Ik merkte dingen die ik best eens aan de koffie zou kunnen toeschrijven. Me minder goed kunnen concentreren, uit mijn slof schieten om niets, flinke pieken en dalen in mijn energie…

Gretchen Rubin heeft een leuk boek over verschillende soorten mensen. Zo heb je mensen die prima een kopje koffie kunnen drinken, of een klein blokje chocola kunnen eten elke dag. En je hebt mensen die of een pot koffie per dag drinken en vervolgens het liefst cold turkey stoppen en de chocola in drie sessies opmuilen en daarna nooit meer aan chocola denken, tot het weer voor ze ligt. Ik zit duidelijk in de laatste categorie, wat ook mijn reden was om helemaal te stoppen met koffie. Dat werkt veel beter dan me beperken tot een of twee kopjes.

Donderdag begon ik met stoppen. De twee meest ‘onnodige’ koppen nam ik niet. Op vrijdag liet ik de koffie in de middag en avond staan. Zaterdag dronk ik nog twee halve kopjes in ochtend en zondag heb ik me beperkt tot een kop cafeïnevrije koffie. Op wat lichte hoofdpijn na, heb ik er geen moeite mee gehad. De hoofdpijn (die overigens best meeviel) verdween zondag in de loop van de dag en is nu nog steeds weg. Ik heb drie nachten laaang geslapen en gisterenavond was ik weer ‘normaal’.

Ik behelp me met ‘Inka’, een kruiden-granenkoffie van de Poolse winkel en dat smaakt me prima. En verder kruidenthee van Pukka of Yogi Tea. Geen gewone thee.

Ik ben eerder gestopt (en weer begonnen) en ik zeg niet dat ik nooit meer koffie zal drinken maar ik wil de afhankelijkheid ervan niet meer. Het zal de tijdgeest zijn? Mijn motivatie is sterker dan tijdens mijn vorige koffieloze episodes en in tegenstelling tot toen, mis ik het nu ook niet. Ik voel me prima.

Ik ben blij dat de periode van ontwennen grotendeels achter me ligt. In het boek dat ik noemde staat een schema waarin je in twee weken afwent en omdat het zo geleidelijk gaat, heb je ook geen afwenningsverschijnselen. Ik vond dit te veel gedoe en het kostte te veel tijd en dus accepteerde ik de hoofdpijn en moeheid die hoort bij snel ‘afkicken’. Ieder zijn manier.

Het lucht best op, eigenlijk, cafeïnevrij zijn 🙂