Home is where the heart(h) is.

Ik houd van thuis zijn. Borte bra, hjemme best zoals ze hier zeggen. ‘Weg goed, huis best’. Ik had gedacht dat een huurhuis veel minder ‘van mezelf’ zou voelen dan een koophuis. Maar het gekke is, dat eerder het tegenovergestelde het geval is. Kopen is uiteindelijk niets anders dan huren van de bank, waarbij je alle risico’s draagt maar wel tot de laatste cent door de bank, zonder tussenkomst van een rechter, uit je huis kan worden gezet, letterlijk. Ik vond het hebben van een hypotheek een zeer grote belasting, mentaal. Zo! Veel! Schuld! En ik snap het, huren in Nederland is erg lastig dus woonden we daar nog, dan zouden we vermoedelijk ook nog in een koophuis wonen en hier in Noorwegen is het vooral voor mensen die net gescheiden zijn, chronisch arbeidslozen of alcoholisten. On a positive note: als fatsoenlijke huurder zijn verhuurders erg blij met je 😉

In Nederland voelde ik me al langer niet thuis. Al heel lang niet, onze emigratieplannen stammen van 2004 maar ook daarvoor hadden we het al over wonen in de bossen, in een ander land.

Ik herinner me toen we in Tsjechië waren, op het platteland dat ik een oudere dame zag. Ik zou haar nog zo kunnen tekenen. Een jaar of zeventig, gok ik. Ze droeg een lange rok en had een hoofddoekje op haar hoofd maar zo te zien had ze langer grijs haar. Ze zat voor haar huis, een groot, redelijk vervallen huis. De tuin lichtelijk overwoekerd, maar mooi. Ze zat op een bankje, met een kip op schoot, gewoon te genieten van ‘niets’. Van het moment. Ongetwijfeld had ze veel meegemaakt maar ze straalde iets uit waardoor ik op een gepaste afstand, even naar haar bleef kijken.

De man herinnerde zich ook nog dat ik zei: ‘ik wil die vrouw worden als ik groot ben.’

Ambitieus: ik ben het altijd geweest 😀

Tien jaar later verhuisden we naar Noorwegen. Hier heb ik me altijd thuis gevoeld, sinds ik er op mijn 17e voor het eerst kwam. De enige reden dat ik terug naar Nederland wilde, was omdat ik een week verkering had met de man toen we op vakantie gingen maar ik heb intens genoten van die vakantie.

Ik kan me niet voorstellen ooit nog in Nederland te wonen. De laatste keer dat we er waren, nu 15 maanden geleden, voelde het zo triest. De eindeloze snelwegen, drukte, het feit dat je altijd op tegels moet lopen, de neonverlichting, straatverlichting, eeuwige herrie van de stad (hier hoor je ’s ochtends vroeg, ’s avonds en ’s nachts het bloed in je hoofd suizen als het niet hoogzomer is), de shurgards en de kfc’s….

Maar veel heb ik niet nodig om me thuis te voelen. Thuis wordt gemaakt door de mensen die er wonen, die zich er fijn voelen. En oke, door een houtkachel. Kaarsen aan, muziekje erbij, tekenen aan de eettafel of een film kijken, of heerlijk allebei met een boek en af toe wat tegen elkaar zeggen over niets of van alles.

Natuurlijk lopen we hier het ‘risico’ dat de huisbaas het huis een keer wil verkopen maar om ons daarom de verplichting en onvrijheid van een ‘eigen’ huis op de nek te halen, dat is het me niet waard. We vinden dan wel weer een ander huurhuis.

‘Thuis’ zit vooral tussen mijn oren. Ik heb nooit moeite gehad om te wennen in een ander huis. Als de juiste mensen en geneugten (boeken, iets fijns te drinken, muziekje, fijn bed) aanwezig zijn, vind ik het al snel prima. Dat dat huis in Noorwegen staat is een pre maar ik denk nu dat ik, als het moet, ook elders wel zou kunnen aarden.

Ik hoef iets niet te bezitten, om ervan te kunnen genieten en om het mijn thuis te noemen.