De stille to-do lijst

Foto door Alex op Pexels.com

Al vaker schreef ik over het gevoel (of het feit) dat alle spullen waarmee we ons omringen, ons iets vertellen. Het zijn vaak geen bewuste gedachten maar meer van dat achtergrondgebabbel van ons onderbewuste. En juist dat is heel vermoeiend. De een heeft hier meer last van dan de ander. Genoeg mensen die zich met een huis vol met van alles, vol overgave richten op Belangrijker Zaken maar: we zijn niet allemaal hetzelfde en voor velen van ons is een huis met pratende spullen een bron van immer aanwezige, lichte stress.

Een huis vol met rommel, vertelt je vooral dingen die je niet wil horen.

De te kleine broeken achter in je kast of die dat dure colbert dat je eigenlijk zou moeten dragen (want onmisbaar basisstuk volgens dat tijdschrift) vertelt je dat je te veel kilo’s meedraagt en dat je geld hebt verspild in een impuls.
De verzorgingsproducten in je badkamerkastje vertellen je dat je ze eigenlijk op zou moeten gebruiken, ook al vind je ze niet heel fijn of nuttig. Maar ja, om het nu zomaar weg te gooien….
De rijen met boeken die wel leuk leken maar die je na vijf jaar nog niet hebt aangeraakt…. vertellen je dat je minder zou moeten scrollen en meer zou moeten lezen.
De broodbakmachine in je keukenkastje of in de schuur vertelt je dat je zelf brood zou moeten bakken maar zo lekker waren die vierkante deegklonten met plasticsmaak toch eigenlijk ook weer niet….
De handdoeken in je badkamer vertellen dat je regelmatig twintig gasten over de vloer hebt.
De stapel post met Belangrijke Brieven vertelt je dat je eigenlijk de administratie zou moeten doen maar…..

En dat is vervelend. En het enige dat ik eraan kon doen, was het elimineren van zo veel mogelijk spullen en alleen behouden dat me blij maakt, of nuttig is en in veel gevallen, allebei. Toen ik eenmaal doorhad dat de oplossing niet was om spullen te organiseren maar simpelweg te elimineren, viel er een last van mijn schouders die ik daarvoor niet als zodanig had ervaren maar die desalniettemin zeer aanwezig was geweest.

Natuurlijk passen je hersens zich aan, wat ik vroeger prima tolereerde en wegmoffelde, geeft nu een bepaalde onrust. Maar dat is prima, het maakt het maken van beslissingen een stuk eenvoudiger.

Ik omring me liever met weinig, maar mooie spullen. Dingen die ik mooi vind. Of het nu een steen is die ik ergens vond, mijn Paperblanks notitieboek (een luxe die ik mezelf gun), een simpele brandende kaars of wierookstokje, mij koffiemok met hertjes of simpel maar handgemaakt linnen beddengoed…. Deze spullen vertellen me positieve verhalen. Ik houd van het licht van een kaars, van een mooie plant, van briljante plannen schrijven met een fijne vulpen…. en verder heb ik niet zo veel nodig.

Er is weinig dat de kwaliteit van het leven van alledag zo omhoog haalt als het wegdoen van alle spullen die daar niet in thuishoren.

En het mooie is dat hierdoor juist ruimte vrijkomt voor dingen die normaal niet lukten.

Maaltijden plannen als je onderbewust al bedolven wordt door allerlei ‘to-do’s’ in je huis….
’s Avonds schrijven of tekenen of iets anders creatiefs doen als er nog drie volle wasmanden naar je schreeuwen….
Bewustere keuzes maken in de winkel als je onder grote tijdsdruk staat door alles wat je aandacht nog nodig heeft….

Nee. Dat is allemaal maar een extra stok om jezelf mee te slaan als de basis niet op orde is. Althans, ik vind het bijna onmogelijk om zulke dingen te doen als het leven om me heen een chaos is.

En het is niet heel ingewikkeld om hiermee te beginnen. Loopt je leven van alledag over, probeer dan eens het volgende.
Ruim een kast of ruimte uit.
Vind een paar stevige dozen en een markeerstift.
Definieer de echte probleemgebieden (kast vol kleren en niets om te dragen? badkamer ranzig omdat ie zo vol meuk staat? kinderspeelgoedsoep op de vloer, elke. dag. weer? slaapkamer een dumpplek van dingen die elders geen plek hebben?)
Wees rigoureus en stop ALLES dat je niet draagt, gebruikt of absoluut nodig hebt, dat je stoort, dat je irriteert, dat je schuldgevoelens geeft, in de doos.
Schrijf op de doos wat erin zit en zet hem uit het zicht.
Geniet van de lege ruimte.

Later kan je bekijken wat je met de spullen wil doen. Als je meer rust in je hoofd hebt. Als er tijd voor is. Als je hersens zich aan de nieuwe situatie hebben aangepast en klaar zijn om duidelijke beslissingen te nemen.
Maar voor nu, zijn de stoorzenders uit het zicht en kan je voelen hoe het leven voelt, zonder de druk van deze spullen.

We hebben allemaal al genoeg aan ons hoofd. Een kalme omgeving is weldadig. Je huis zou je veilige plek moeten zijn, een plek van kalmte, rust en plezier. Niet van ergernis en frustratie. Elke stap die je neemt in de goede richting, is er een.

Hoe je de rommel ook echt weg krijgt.

Ken je dat, dat je spullen alleen maar verplaatst? Naar een plek waar het hopelijk minder in de weg ligt? Om dan later geen idee te hebben wat het ook weer was, alles uit te pakken en te denken: oh, dit is ook leuk, ik wist niet dat ik dat nog had, oh waarom heb ik dat bewaard? En dan zit je met alle spullen om je heen en besluit je de chaos maar weer terug te stoppen waar het vandaan komt, voorzien van een label met ‘diverse’ of ‘allerlei’. Leuk voor over vijf jaar als je weer een poging doet.

Nu ben ik zelf vrij rigoureus maar haalde soms ook wel eens iets uit een doos voor de kringloop omdat ik dacht het nog nodig te hebben. En altijd leg ik het vervolgens toch weer terug voor de kringloop. Weg is weg.

Hoe zorg je ervoor dat je niet eindeloos met spullen blijft rondsjouwen?

Heb een idee van wat je wil

Wil je de overbodige spullen, of een opgeruimd huis en een kalme geest? En als je wat ouder bent, wil je dat je nabestaanden zich druk moeten maken om al je oude rommel of ga je liever in stijl, met alleen een spaarsaldo, eigen huis, een koffer kleren en een doosje met persoonlijke schatten als erfenis?

Het is net zoals met eten: wil je de koekjes of het gezonde en slanke lichaam?

Zie voor je waar je naartoe werkt. Is er in dat ideaal ruimte voor dozen vol oude boeken, textiel dat ooit van je oma was, babykleertjes om een half weeshuis te voorzien en gΓͺnante, pijnlijke oude dagboeken?

Wees rigoureus

Waarom zou je spullen houden waar je over twijfelt?
Zou je het weer kopen of in je leven accepteren als je nu voor de keuze werd gesteld?
Past dit in het leven zoals je dat voor je ziet?
Het zijn maar dingen. Die alleen iets betekenen, omdat jij dat in je hoofd hebt.

Als je iets liever niet meer wil maar er is iets dat je tegenhoudt, maak dan een outbox. Bijvoorbeeld voor ongebruikt kinderspeelgoed, waar ze misschien nog wel naar vragen. Kledingstukken die je net niet past maar met de kilo’s die je af wil vallen, misschien over een paar maanden wel. Voorwerpen die je niet meer blij maken maar waarvan het lastig is ze weg te doen. Leg ze in de outbox met een datum erop en kijk hoe het voelt als die dingen ‘weg’ zijn. Niet echt weg dus, maar tijdelijk uit je leven. Opgelucht? Vast. Mis je het? Dan kan het blijven.

Houd niets voor anderen

Bewaar geen spullen omdat andere mensen dat van je verwachten. Als je iets hebt gekregen van iemand, is het van jou om ermee te doen wat je wil.

Mijn moeder had wel eens de neiging om te vragen of ik iets nog had, dat mijn oma bijvoorbeeld aan me had gegeven. Meestal ben ik dan maar gewoon eerlijk. Als er iemand niet moeilijk deed over zulke dingen, was het mijn oma. Ik heb weinig van mijn opa’s en oma’s. Ik vind het gewoon niet aangenaam om iemand op die manier ‘om me heen te hebben’.

Mijn broertje is precies andersom en zijn huis lijkt steeds meer op dat van mijn opa. Ook prima. Doe wat bij je past, doe het niet omdat een ander het verwacht. Weggooien, bewaren… wat dan ook.

Het helpt om je wensen duidelijk kenbaar te maken. Geef mensen geen carte blanche met verjaardagen maar vraag dingen die je op kan maken en vertel ze dat je streeft naar een leven met minder spullen, niet meer.

Handel het meteen af.

Kleding gesorteerd? Een doos met spulletjes verzameld? Gooi het achterin de auto om af te geven en rijd de volgende keer even om om dat ook daadwerkelijk te doen. Zet het niet in de schuur waar kinderen er weer in gaan lopen schatzoeken, of waar je zelf weer in de verleiding komt om dingen terug te halen.

Heb duidelijke regels voor spullen.

Als ik iets niet gebruik, gaat het weg want blijkbaar kan ik prima zonder leven. Kleding geef ik doorgaans een maand of drie en als ik het niet meer draag of uittrek na een paar uur dragen wegens ‘meh’ dan gaat het weg. Kleding van de kinderen die te klein is, gaat direct in de zak voor de kledingcontainer als het niet de moeite van het bewaren is.

Vind ik iets mooiers dan wat ik heb, dan vervang ik het en dan gaat het oude weg. Vind ik het zonde om het oude weg te doen, dan heb ik blijkbaar niets nieuws nodig. Dit geldt vooral voor gebruiksvoorwerpen die op eigen houtje lijken te vermenigvuldigen. Dekens, bedtextiel, drinkbekers…

Organiseer dezelfde dingen bij elkaar.

Een fleecedeken kan je gebruiken in de winter voor extra warmte, als je gaat kamperen, als het buiten koud wordt, voor een ziek kind op de bank, in de auto tijdens een lange reis…. Je hebt er hier echter maar EEN deken voor nodig en niet eentje in de woonkamer, een in de kamer van je kind, een in de auto en een bij de kampeerspullen.

Dat geldt voor alles. Opschrijfboeken, pennen, cd’s, kleding, tuingereedschap, glazen… Houd alles wat je hebt, bij elkaar. Zo zie je hoeveel je daadwerkelijk ergens van hebt en waar je teveel hebt. Waarom zou je bijvoorbeeld onhandige wijnglazen in een doos in de schuur bewaren, of extra dekens of gelezen boekjes terwijl er zo veel ander moois te lezen is?

Beperk de ruimte

Een nieuwe kast, handig bakje of ander opbergding is zo gekocht. Maar heb je een ding aan je deur nodig om 20 paar schoenen in op te kunnen bergen of zijn vijf paar schoenen alles wat je nodig hebt?

Ik heb twee pakjes kerstballen en een doosje met decoratie voor de kinderen. Als het niet meer in de doos past, moet er iets anders weg.
We hebben in dit huis geen garage en een beperkte opslagplek voor gereedschappen en dergelijke maar dat werkt eigenlijk prima.
De kleding van mijn twee jongsten ligt in een kastje met zes manden en dat is ruimte genoeg. Er kan niets meer bij en er hoeft ook niets meer bij. Of het nu gaat om textiel, cd’s, collecties: geef het een bepaalde ruimte en houd het daarbij.

Wees kieskeurig.

Komt je moeder met een doos vol herinneringen, vraag je dan af of je wel wil weten wat erin zit. Je hebt het nooit gemist, dus waarom zou je allerlei moeilijke beslissingen op je hals halen voor dingen waar je vijf minuten geleden niet wist dat ze bestonden?

En soms komt er wel opeens iets leuks. Een oud kopje van vroegah, dat veel leuker voor je kind is dan het lelijke plastic waar hij of zij nu uit drinkt. Ruil het dan om. Houd alleen dingen die echt een meerwaarde bieden.

Ik heb mijn moeder gevraagd om alles van mij weg te doen want eerlijk, ik heb niets met al die oude dingen. ‘Misschien leuk voor de oudste’ zei mijn moeder over de paardenboeken. Ja, misschien. Maar die boekjes liggen hier manshoog opgestapeld bij de kringloop dus waarom zou ik me tien jaar druk maken om een meter boeken die toch niet gelezen worden? Vervolgens heeft geen van mijn kinderen ooit een paardenboek gelezen.

Ooit is nooit

Bewaar het niet voor ‘ooit’, als in: je weet nooit wanneer je het nog eens nodig hebt. Ooit is nooit.

Ik weet dat over drie jaar, mijn tweede dochter in de winterjassen en skibroeken van de oudste past. Die bewaar ik, want duur en nog perfect. Dat is een concreet tijdstip. De skispullen terwijl je geen idee hebt wanneer je weer gaat skiΓ«n of de babydekens terwijl je enige kind 40 is en nul interesse heeft in kinderen: ooit. Dus nooit.

Onthoud dat je altijd dingen kan huren, als je ze nodig hebt. Scheelt je ook nog eens het gedoe van eigenaarschap.

Hoe minder spullen je nodig hebt, des te meer vrij ben je.

Minder nodig hebben is net zoals altijd meer nodig hebben, een vicieuze cirkel. Eenmaal gewend aan leven met minder, blijkt veel van wat we ooit voor noodzakelijk hielden, overbodig.

Het is niet de bedoeling om nooit meer iets te willen of nooit meer iets leuk te vinden. In tegendeel, hoe minder je hebt, des te belangrijker zijn de dingen voor je. Je lievelingsmok voor je koffie, je enige en favoriete koekenpan, je notitieboek waarin je zorgvuldig de goede dingen om te herinneren opschrijft, je met jaren van gebruik heerlijk zacht geworden linnen lakens, de lichtelijk sleetse maar daarvoor extra mooie wollen deken…. Gun dat jezelf.

Experiment: mini garderobe.

In september deed ik een experiment met een heel kleine garderobe. Gewoon, omdat dat leuk is op zijn tijd.

Ik had drie broeken, vier tops, twee truien en twee vesten. Broeken O.o Ja. Na twee jaar 99% van de tijd jurken en rokken te hebben gedragen, koos ik voor broeken. Ik kreeg twee heel comfortabele exemplaren van de man.

Uiteindelijk was ook deze hoeveelheid nog gewoon genoeg. Ik heb niet eenmaal mis gegrepen of zonder kleren naar buiten gemoeten πŸ˜€ en de eerste drie weken ook geen afwisseling gemist. Ik had beter een jurk in plaats van een broek kunnen kiezen. Of nog een rok met een kort vestje, maar ik was veel buiten en in huis bezig met van alles en dan is een broek best praktisch.

Aan het einde van september, was ik mijn 90% zwarte ‘capsule’ wel een beetje beu en was ik blij een deel de rest van mijn kleren weer te kunnen dragen. Ik denk dat ik ook de afwisseling eerst weinig miste omdat ik heel veel bezig was.

Er waren ook dingen die ik totaal niet gemist had. Wat dingen die toch al ‘nah’ waren na een jaar, of twee intensief dragen en wassen. Een zwarte jurk met paarse bloemen die ik om te zien geweldig vind maar om te dragen: neen. Net te kort, net te wijd en ik heb geen idee waarom ik hem heb gehouden toen ik hem had besteld. Het label ‘Made in England’ denk ik πŸ˜€

Er waren ook dingen die ik graag zou willen hebben. Een mooie leren zwarte rok. Een kasjmier longsleeve: lekker warm zonder ‘bulk’ zoals een gewone wollen trui en even warm. Een echt warme trui die je niet ook kan kopen in een sportwinkel in een neutrale kleur-maar-geen-zwart.

Er zijn zo veel van die lijstjes met ‘de perfecte capsule wardrobe’ en die zeggen allemaal hetzelfde en meestal kan ik er weinig mee.
Een goede spijkerbroek: staat me niet, hoe mooi en goed ook.
Een colbertje: vind ik vervelend om te dragen.
Een trenchcoat: doet me eruit zien alsof ik mijn moeders kleren heb aangetrokken om me te verkleden.
Een wit overhemd: maakt me geel in het gelaat, bovendien ben ik nogal knoeierig.
Een zwarte legging: nei, takk.
Flatjes: vreselijk, bij mezelf dan.

Ik wist het al maar besefte wederom: als ik wil leven met een minimum aan spullen, moeten ze van perfecte kwaliteit zijn. In elk geval zo goed als ik me kan veroorloven. Een trui van 400 euro slaat naar mijn idee nergens op, maar er is vaak een groot verschil tussen een exemplaar van 30 en 120 euro.

Het was een leuk experiment. Ik besefte: ik hoef niet zozeer keuze, maar wel afwisseling. Ik hoef eigenlijk niet drie broeken, maar wel een broek, jurk en rok.

Geen drie dezelfde vestjes in een andere kleur of drie dikke truien maar wel een ‘perfect’ vestje, een fijne kasjmieren longsleeve en een goede trui.

Met heel weinig kleren, valt de mindere kwaliteit van een kledingstuk extra op.

Maar: liever tien dingen in perfecte kwaliteit, dan 20 -of 33- dingen van twijfelachtig allooi.

Het was dus wel verhelderend. De komende tijd investeer ik als ik ze nodig heb in goede basisstukken van natuurlijke materialen, in neutrale kleuren. Dingen die ik minimaal een paar jaar met plezier wil dragen. Dingen die perfect passen.

Met wat aandacht en een eigen idee van wat ik leuk vind en wat me staat, kan ik met nog minder kleding toe. Een beetje extra aandacht en iets betere kwaliteit = de perfecte garderobe.

Hoe maak je een minimalistisch huis?

Foto door cottonbro op Pexels.com

Door al je rommel weg te doen, natuurlijk πŸ˜‰ Maar het oog wil ook wat. Ik deed een concessie aan de man zijn liefde voor spullen maar ik vond het helemaal niets. Ik houd van oude spullen maar niet in een relatief modern huis. Onze meubels zijn dus weer teruggebracht naar het hoognodige en dat vind ik heerlijk. Ik voel me niet mezelf in een huis vol grote zware meubels.

Hoe creeer je een minimalistisch huis?

  • Bekijk de ruimte. De lichtinval. De mogelijkheden.
  • Kies kleuren. Of, neutrale tinten. Houd je hieraan bij het uitzoeken van meubels en andere spullen, hoe leuk die paarse bank en groene lampen ook zijn. Tenzij dat je gewenste kleuren zijn; niemand die zegt dat minimalisme grijs en grauw moet wezen. Of, niet iedereen is die mening toegedaan. Ik vind het zelf mooier om alles rustig te houden.
  • Kies bewust wat je erin wil hebben. Als het niet 100% zeker waarde toevoegt, heeft het geen plaats in je leven. Ook niet op je zolder of in de nok van je garage. Wellicht wel in het huis van iemand anders. Geef zo veel mogelijk weg.
  • Kies voor licht en luchtig. Geen zwaar eikenhout of praktisch onverplaatsbare meubels, zware tapijten of gigantische plafondlampen.
  • Zorg voor voldoende opbergruimte. Vermijd een wirwar van kastjes, mandjes en bakjes maar zorg ervoor dat alles een plek heeft in (ingebouwde) kasten. Ingebouwde kasten zijn ideaal maar helaas worden moderne huizen hier niet standaard mee opgeleverd.
  • Kies voor natuurlijke materialen. Kurk, wol, leer, linnen, katoen, hout, metaal, glas… Plastic wordt lelijk zodra het beschadigd raakt. Daarvoor eigenlijk al. Natuurlijke materialen krijgen alleen maar meer charme met het gebruik.
  • Houd de vloer zo leeg mogelijk. Lampen met snoeren, mandjes met tijdschriften, planten op krukjes, kleine tapijtjes… al deze dingen dragen bij aan een rommelig beeld en maken schoonmaken een meer tijdrovende bezigheid. Hang lampen aan muren of laat ze inbouwen, verkies een groot tapijt boven meerdere kleine en wees heel kritisch in wat je verder op de grond zet. Een lange bank in plaats van drie stoelen aan je eettafel.
  • Ga eerst door al je spullen heen, voor je opbergmeubels aanschaft. Zo voorkom je de aanschaf van overbodige meubels en vermijd je de mogelijkheid om rommel te bewaren in de toekomst.
  • Kies multifunctionaliteit. Een kist die als extra zitplaats dienst kan doen of een kleine bijtafel die je makkelijk op je balkon kan zetten.
  • Organiseer de dingen die je wel houd. Zorg dat het makkelijk te pakken en vooral op te bergen is. Houd lege ruimte in je kasten. Geef spullen de ruimte.
  • Koop zo min mogelijk nieuwe dingen en voeg alleen dingen toe na rijp beraad en een afkoelperiode.
  • Koop niets in een aanbieding dat je niet voor de volle prijs zou kopen
  • Koop niets dat je niet cash kan betalen, behalve een huis of appartement
  • Luxe is niet nodig. Makkelijk schoon te maken, goede opbergplekken en licht, dat is luxe. Een keuken van 25000 euro is op zijn vriendelijkst gezegd, overbodig.
  • Maak waar mogelijk grotere ruimtes van meerdere kleine ruimtes.
  • Zorg dat je oppervlakken leeg kan houden, door bijvoorbeeld een televisie aan de wand te monteren en geen dingen op het aanrecht te hoeven houden wegens plaatsgebrek.
  • Houd gordijnen licht en luchtig, zoals bijvoorbeeld vouwgordijnen of simpele witte katoenen gordijnen.

38 (ofzo) dingen die we niet meer kopen.

Foto door Karolina Grabowska op Pexels.com

We kopen zo veel niet meer maar soms is het gewoon leuk om het even op een rijtje te zetten. Ik vind zulke lijstjes namelijk gewoon leuk.

  • Cosmetica. Ik gebruik wat etenswaren (walnootolie, baking soda, rozenwater, roggemeel) en een borstel voor mijn huid (drybrushing). Het gebruik van stylingproducten voor mijn haar heb ik lang geleden opgegeven en ik heb vrede met mijn haar zoals dat uit mijn hoofd groeit. Op een paar make up producten na (oogschaduw, wenkbrauwpotlood, mascara) ben ik hierbij ook op een aangenaam minimum beland.
  • Nagellak. Een jaar geleden had ik een opleving en bedacht dat een kleurtje af en toe wel leuk was en dat is het ook, maar naast nagellak heb je watjes en remover nodig en olie om je uitgedroogde mishandelde nagels weer op te leven… Dat was me te veel gedoe. Exit nagellak.
  • Kampeerspullen. De twee grote kinderen hebben een slaapmat en slaapzak voor als ze gaan overnachten met de padvinders en een tent om te kamperen in de tuin maar zelf vind ik kamperen echt vreselijk. Het idee vind ik altijd heel leuk (romantisch en eenvoudig en gezellig) maar daar houdt het echt bij op.
  • Dingen voor in de tuin. Ik ben geen moestuinierder en ben tevreden met het kweken van wat sla, kruiden, oost indische kers en enorme hoeveelheden komkommerkruid.
  • Handige dingen. ‘Altijd handig’ is gewoon zelden handig en zeker niet altijd. Het is vooral 99% van de tijd onhandig omdat je voor elk ding moet zorgen.
  • Dingen speciaal voor kinderen. Kinderbestek, kindermeubels, kleinekinderbedden. Ze gebruiken gewoon de grotemensendingen. Al lang. De enige die echt sloopvast bestek enzo nodig had, was de jongen maar die is ook bijna elf en eet ook al tijden zonder ongelukken van gewoon servies.
  • Meer dan een set beddengoed per persoon. Mochten een nare buik-bug vatten, dan pakken we wel even een deken erbij, binnen vier uur is alles weer gewassen en gedroogd als het moet.
  • Speelgoed en spelletjes. We hebben genoeg (lego, duplo, bordspelletjes). We lopen daarbij nog zelden kring πŸ™‚ dus er komt echt niets meer bij. Als ze iets willen, maken ze het zelf.
  • Buitenspeelgoed. Er zit hier een organisatie, die heet BUA en daar kunnen kinderen fietsen, skatebords en al zulke dingen lenen, gratis. Mijn ervaring is dat ze het even leuk vinden en daarna doen wat ze altijd doen en dat is tekenen, lezen en door het bos schuimen. Het is fijn om het zo begeerde maar al snel verlaten object weer te kunnen retourneren.
  • Kerstcadeaus. Althans, niet in tastbare vorm. Allemaal waren ze voor de ‘lappen’ in de boom. Een lapp is Noors voor een briefje waarop stond dat we een ijsje gingen eten, naar de film zouden gaan etc.
  • Kinderboeken. Bieb. Soms kringloop. We hebben een paar klassiekers die we altijd houden. Molletje, Opa Jan, een paar sprookjes- en Noorse ‘folkeeventyr’boeken maar de rest is ‘vloeiend’. Erin, en er weer uit.
  • Opbergmeubels. We hebben drie kallax kasten van ikea voor platen, mooie cd-uitgaven, boeken, tekenspullen en spelletjes en de kasten die hier in het huis stonden. Ik heb zo veel kunnen wegdoen en organiseren dat we veel van de opbergers die we hadden, niet meer nodig hebben zoals die voor de klusspullen van de man. Ja, minimaliseert voor u organiseert.
  • Decoratie. Op een zonnige dinsdagmorgen besloot ik alle decoratie uit de woonkamer weg te doen. Alle? Ja. Heb ik iets gemist? Nee. Blijft het zo? Geen idee. Wat mij betreft wel. Soms heb ik de malle neiging het huis te willen opleuken, vooral als de man klaagt over het gebrek aan leuke dingen aan de muur. Dan denk ik: waarom zou je je druk maken want je kijkt of in een boek, naar je bord met eten, naar een scherm, naar je glas bier (soms naar mij :D) of buiten naar je boot of auto en dan voel ik me volledig gerechtigd alles weer weg te halen πŸ˜€
  • Opbergbakjes. Om een zelfde reden. Ik bewaar wel lege ijs- en yoghurtbekers voor vettige motoronderdelen, stukjes van bootjes en ander rondslingerend spul. Organiseren nodigt te veel uit tot rotzooi bewaren.
  • Alles met sjemiese luchtjes. Allesreinigers, wasverzachter, parfum, geparfurmeerde douchegel of bodylotions, geurkaarsen… het is allemaal leuk en verleidelijk maar het is enorm slecht voor je. Misschien de natuurlijker varianten niet, maar die zijn me te duur, als het alleen maar ‘voor het leuk’ is.
  • Data voor mijn mobiel. Want mijn niet-zo-smartphone is foetsie, dus al wilde ik hem gebruiken…
  • DVD’s. Ook cd’s kopen we zelden, maar heel soms wil de man nog wel eens iets aanschaffen dat hij echt heel leuk vindt. Het gebeurt 2 a 3 keer in een jaar, dat er opeens een cd in de brievenbus ligt.
  • Echte boeken, voor mij. Ik heb een tijdje weer fanatiek echte boeken gekocht en gelezen tot ik me ergerde aan het kopen en weer weg doen van grote blokken bedrukt papier. Dus nu ben ik weer helemaal op mijn kindle. Als ik iets meer moet betalen dan 5 kronen voor een boek, ben ik ook meer geneigd het uit te lezen. Ja, raar maar waar. De man koopt nog wel echte boeken en heeft een TBR voor de komende twee jaar. In geval van nood kan ik altijd nog Clive Cussler gaan lezen.
  • Wegwerp…. aanstekers, servetten, doekjes, zakdoeken, pennen, borden, schortjes, handschoenen, bekertjes, tafelkleden en wat je verder nog weg kan gooien. Uitzondering voor wat hygieneproducten en verantwoord keukenpapier.
  • Eenzaam verpakte producten en portieverpakkingen. Omwille van gemak ben ik niet heel strikt op het vermijden van plastic (vlees, biologische wortels en ketchup: allemaal eigenlijk niet zonder plastic te verkrijgen. Maar je kan het ook overdrijven. En per saldo voegt het weinig toe aan de berg plastic maar uit principe koop ik het gewoon niet.
  • Kruiden die maar in een gerecht kunnen. Asafoetida ofzo. Of nootmuskaat. Als het ergens in moet, verzin ik wel wat anders. Natuurlijk kan het in meerdere gerechten maar dat maakt het niet eenvoudiger. Ik ga niets iets koken om een kruid op te kunnen maken.
  • Meer dan EEN van een heleboel dingen. Ovenschalen, beddengoed, winterlaarzen, handtassen, lippenbalsems, tandenborstels, koffiezetapparaten en sjaals. Want een = genoeg, over het algemeen.
  • Meer kleding dan noodzakelijk. Nu de kinderen iets groter worden alles wat minder rommelig, is dat ook makkelijker.
  • Cadeautjes om het cadeautje. Nu hebben we hier ook een klein kringetje, maar ik doe niet aan cadeautjes omdat iemand jarig is. Ik koop iets voor iemand als ik iets leuks zie zoals vorig jaar deze onderzetters voor mijn vader, een vogelfanaat. Ik verwacht ook geen cadeautjes en echt, iedereen maakt me blijer als gulle gaven achterwege gelaten worden.
  • Leningen. Je afhankelijkheid van geld en materiele zaken verkleinen is altijd vele malen slimmer dan lenen en hoewel ik snap dat het soms niet anders kan is het echt een last resort, en iets dat NOOIT aangewend zou moeten worden voor dingen die niet heel strikt noodzakelijk zijn. Ik zit en slaap liever op de vloer dan dat ik de Leen van Frisia in mijn nek heb.
  • Planten. Buiten staat meer dan genoeg groen.
  • Seizoensdecoratie. Binnenkort staat er heus wel een uitgeholde pompoen in huis en met pasen verven we eieren maar ik koop geen ‘oneetbare’ decoratie voor feestdagen die een plek nodig heeft in mijn huis, heel het jaar. Er is genoeg te vinden in de natuur en zelf te maken van papier of ‘afval’.
  • Bakspullen. Ja, er zijn zo veel leuke taartvormen maar mijn ene ovenschaal en een groot glazen bakje voorzien in eigenlijk al mijn bakbehoeften. Ik hoef niet alles altijd te kunnen maken. Vaak maken we iets en dat is dan lekker, maar om nu vijf dagen achter elkaar een cupcake of stuk taart te eten vind ik niet nodig. Dus veel ervan wordt oud en dan moeten we het weggooien. Ik koop soms liever iets bij de winkel. Natuurlijk bakken we soms maar meer voor educatieve doeleinden en alleen als we zeker weten dat het opgaat. (boterkoek en worteltaart :D)
  • Fancy glazen en bekers. Ik heb vier koffiemokken en wat grote en kleine picardieglazen en dat is genoeg voor alles wat we zoal drinken. De man heeft ook zijn eigen gepersonaliseerde bierpul die in zijn eentje evenveel ruimte inneemt als vier koffiekoppen πŸ˜€
  • Sportkleding. Haha, sport. Ik snap niet dat mensen eerst veel onnodige spullen kopen en dan pas gaan trainen, en het vervolgens na drie weken voor gezien houden waarna alles schuldgevoelens op blijft roepen achter in de kast. Ga eerst eens elke dag een half uur wandelen en als je dat na een maand nog doet, dan kan je na gaan denken over fancy sportoutfits. Lijkt mij.
  • Sportapparatuur. Met alleen handig gebruik van je eigen lichaamsgewicht kan je perfect in model geraken. Geen enorme opblaasbal, set met 5657 gewichten of (hihi) trilplaat nodig
  • Tuingereedschap. Fijn, een huurhuis. Als ik iets nodig heb, leen ik het van de huiseigenaar.
  • Losse paren met sokken. Er zijn enorm veel leuke sokken en dat nodigt uit tot impulsaankopen maar een set van zes gelijke paren is echt veel makkelijker.
  • Chique kleding. We gaan nooit naar chique aangelegenheden en aan een jurk voor mij en een overhemd met nette spijkerbroek voor de man, hebben we meer dan genoeg.
  • Apps. Geen van beiden hebben we ooit betaald voor een app. Ja, met onze persoonlijke gegevens zoals in het geval van facebook maar dat is de reden dat ik geen smartphone meer heb
  • Betere telefoons. We kopen een telefoon als de ander stuk is. Indien mogelijk, repareert de man hem nog. Hij heeft nu een telefoon van zijn werk, dus helemaal graties.
  • Toetjes. Dessert = thee met melk. Vla e.d. kennen ze hier sowieso niet.
  • Kant en klaar maaltijden, bezorgde pizza’s, pakken met ‘maaltijden’ waar je ‘alleen nog’ aardappels, vlees en groenten aan hoeft toe te voegen. Om voor de hand liggende redenen.
  • Groenten en fruit uit verwegvanhier. Er is genoeg dat gewoon uit Europa komt. Tropisch fruit kopen we ook zelden, een uitzondering zijn bananen, die worden op zo’n grote schaal hierheen vervoerd dat de impact relatief laag is. En slechts twee van de bier kinderen eten ze, verder niemand.
  • Schoonmaakproducten voor maar een doel. Speciale badkamerreinigers, keukenreinigers, ovenreinigers…. allemaal niet nodig naar mijn mening.

A man is rich in proportion to the number of things he can afford to let alone, zei Thoreau. En dat is natuurlijk zo. Geen slaaf zijn van je eigen verlangens, dingen kopen om hun kwaliteit en nut in plaats van hun aantrekkelijkheid in de winkel of de aanbiedingenbak, tevredenheid en een goed besef van wat belangrijk is in het leven, zijn essentieel om goed te leven. En dan heb je ook steeds minder nodig.

Conformeren is saai.

Foto door Flo Maderebner op Pexels.com

Iedereen is zo druk bezig zijn eigen merk ‘marketen’ dat iedereen hetzelfde doet. Iedereen op het internet, op sociale media probeert je iets te verkopen. Volg mijn blog! Word Patreon! Koop deze cursussen! 10% korting op ((nutteloos ding)) met de kortingscode MINIMALISTFORLIFE!

Iedereen kopieert elkaar. En dat is ook logisch, dat hebben we tienduizenden jaren gedaan. Alles zelf opnieuw moeten uitvinden was niet positief voor het voortbestaan van de soort. Maar waarom doet echt iedereen hetzelfde? Om dingen te verkopen, denk ik. Als je dingen wil verkopen, helpt het niet zo om een afwijkende mening te hebben, denken mensen. Dat dat niet het geval is, bewijst een enkeling.

Natuurlijk moeten we ons tot op zekere hoogte conformeren. We kunnen niet (meer) gekleed in een berenvel door de bossen jagen en verzamelen of leven van de lucht. Een opleiding of vaardigheid en een huis zijn noodzakelijk, evenals een inkomen om ons in de nodige levensbehoeften te voorzien. Maar verder… is het fijn om iets van de massa af te staan.

Bijvoorbeeld door…

  • Alleen te zijn. Iedereen wil veel vrienden ‘hebben’. Ja, zelfs vrienden worden we geacht te bezitten. Maar als we altijd de regels van anderen volgen en een deel van onszelf moeten opgeven om vrienden te kunnen bezitten, dan verdunnen we wie we zelf zijn.
    Natuurlijk zijn vrienden fijn, maar vrienden zijn de mensen die accepteren wie we zijn, niet de mensen voor wie we ons in bochten moeten wringen om geliked te kunnen worden.
  • Geen schulden te hebben. Consumeren alsof de winkels morgen niet meer bijgevuld worden is de norm. Mensen betalen liever 2 keer zo veel voor een auto, dan dat ze in een ouder exemplaar rondrijden en kopen wat ze leuk vinden, in plaats van een filter van ‘heb ik het nodig’ tussen henzelf en het object van hun affectie te plaatsen, met desastreuze gevolgen. Schulden maken je tot een slaaf.
  • Geen eigen huis te hebben. Zes jaar geleden verkochten we ons huis en ik heb het geen seconde gemist. Een koophuis zal best een geweldige investering zijn maar het is me het gedoe niet waard. Wel de lusten, niet de lasten: heerlijk.
  • Een alternatieve woonvorm te vinden. De man en ik fantaseren geregeld over wonen op een boot. Zonder kinderen hebben we maar een piepklein huisje nodig, iets dat financieel vast wel binnen ons bereik is tegen die tijd.
    Waarom zouden we in een eengezinswoning blijven wonen, als we aan een huis met een woonkeuken en een slaapkamer genoeg hebben?
  • Te stoppen met het geloven van de leugens. En daar voor uit komen. De moed hebben om dingen verder te onderzoeken dan de versie die je wordt voorgekauwd door de mainstream media. Durven zeggen dat je Trump of Geert Wilders geschikte politici vindt, dat je denkt dat Covid19 de hoax van de eeuw is, dat communisme een prima staatsvorm was… wat dan ook. Je mond open doen en vertellen waar je voor staat, ook al is dat niet de populaire en ‘juiste’ opvatting.
  • Minder te werken. Nee, arbeid adelt niet πŸ˜‰ maar als ik een fabriekseigenaar was zou ik dat ook zeggen. Niets mis met je best doen en iets maken van je leven maar wel in een juiste mix met ‘lege’ tijd en niet je ziel en zaligheid opgeven voor een baan die je zo kan worden ‘afgepakt’.
    Zorgen dat je ook dingen hebt die jouzelf blij maken en genoegdoening geven. Je leven zo inrichten dat je niet afhankelijk bent van een inkomen dat je elders misschien nooit meer zou verdienen. Onder je stand leven, dus.
  • Veiligheid’ op te geven. Want er is geen veiligheid. Het is een illusie en het gaat goed zo lang het goed gaat, maar waarom denken we dat wij wel immuun zijn voor gebeurtenissen van buitenaf? Niets mis met denken aan de toekomst en zorgen dat je als je niet meer werkt niet met lege handen staat maar om deze veiligheden je leven bouwen en er het doel van maken, is naar mijn idee zinloos.
    Mensen zeiden tegen mij dat ze ook wel weg wilden uit Nederland maar dan niet konden omdat ze een bepaalde levensstijl gewend waren. Dat is een gevangenis die je zelf hebt gebouwd.
    Anderen werkten hun hele leven keihard voor veel geld en veel zekerheid, om op hun 68e te beseffen dat dit niet was waar het leven om draait.
  • Te leven met het minimum aan spullen. Want veiligheid en zekerheid bestaan niet en zitten zeker niet in de spullen waarmee je je omringt. De beste manier om makkelijk door het leven te bewegen is door de ballast overboord te gooien. Denk aan een bootje in een rivier; is het bootje licht dan komt het zonder al te veel gedoe door de wilder stromende stukken door. Is het bootje zwaar belanden dan is het lastig navigeren en loopt het aan de grond.
  • Jezelf te kennen. Als je constant bezig bent met wat anderen doen en vinden en wat anderen van jou vinden en hoe je overkomt op anderen, leer je niet kennen wat jij zelf echt mooi, belangrijk en aangenaam vind. Als je alleen maar bezig bent met geliked te worden, maak je jezelf een pingpongballetje van anderen. Jezelf aanpassen aan anderen geeft je uiteindelijk de ultieme eenzaamheid: vervreemding van jezelf. Verruil het voldoen aan het beeld van anderen voor je eigen versie van een goed leven. Lees de stoicijnen, verdiep je in oosterse filosofie, zet je instagram en facebook uit, heb peop aan de verwachtingen van leraren, ouders, werkgevers, buren en zelfs je partner en ontdek wat de echte jij wenst in het leven.
    Verruil de eenzaamheid, het gevoel van nooit genoeg zijn en angst voor tevredenheid en een oprechte interesse in en liefde voor het leven.

Een plek om te relaxen.

Foto door Min An op Pexels.com

Een huis zonder rommel is een plek om te relaxen. Nu de kinderen ouder worden, kost het me minder tijd om de dingen netjes te houden. Ze pakken dingen zelf en met wat geschreeuw geluk ruimen ze het ook soms zelf weer op. Het is heerlijk om minder tijd te besteden aan het kalm en opgeruimd houden van de ruimte waar ik toch een groot deel van mijn dag doorbreng. Een opgeruimd huis betekent een kalme geest.

Als ik mijn huis heb opgeruimd en schoongemaakt -dat laatste gaat een stuk makkelijker als het eerste nogal rigoureus is uitgevoerd- dan voel me ik relaxed, aangenaam, voldaan en beter in staat tot ontspannen.

Rommel leidt tot stress. Stress door stapels papier, door rondslingerend speelgoed, door volle wasmanden, te veel afleiding aan muren, op vensterbanken, in lades en waar eigenlijk niet. Stress door een rommelig schema met te veel activiteiten die niets toevoegen.

Je kan NU beginnen met het opruimen van rommel. Schrap wat nutteloze dingen, zoals een verjaardag waar je naartoe zou gaan omdat het van je verwacht wordt (is er iets hersenverwekenders dan dat!), een ouderavond waarop werkelijk niets nieuws verteld wordt, ruim een lade die niet meer dicht wilde, haal tien dingen uit je klerenkast die je niet draagt of ontdoe je koelkast van alles waarbij je eerste gedachte ‘neh’ is, in plaats van nomnom.

Open ruimte geeft ruimte in je hoofd. In mijn slaapkamer staan een bed en een kast. In de keuken een tafel met zes stoelen. Niets meer. In de woonkamer twee stoelen en een bank, een tafel, een tv-kast, cd’s en een aquarium en drie kasten met boeken, spullen van de kinderen en de man. In de kamer van mijn zoon een bed en een bureau. En hoewel de tuin met een plat grasveld niet mijn eerste keuze zou zijn, is de open ruimte heerlijk.

Licht. Natuurlijk licht. Hoe meer, hoe beter. Minimale gordijnen en ander raambehang. Ik heb rolgordijnen in de slaapkamer, vooral om in de zomer te kunnen slapen. Vouwgordijnen in de woonkamer tegen de laagstaande zon op het aquarium en de ergste hitte in de zomer. De keuken en de balkondeuren zijn gordijnvrij. Heerlijk! Het zijn mijn ‘schilderijen’. Het licht verandert elke dag en ik geniet ervan te zien hoe de zon aan haar baan terug bezig is.

Houd alleen de spullen die je gebruikt. En zorg dat je zo min mogelijk nodig hebt. Dit maakt het leven makkelijker, je gedachten helderder, je materiele behoeften kleiner, je zorgen minimaal, je zorgeloosheid groter en je bankrekening gezonder.

Simpele kleuren. Welke kleuren hebben een kalmerend effect? Ik houd van wit. Niet voor alles, want onpraktisch maar witte muren, witte kasten, witte stoelen, witte keuken met licht blad en witte kaarsen zijn aangenaam aan mijn ogen. Hier en daar wat grijs, zwart en hout en een groenige muur. Ik beweer niet dat minimalisme monochroom moet zijn, maar ik vind het helpen om een rustgevende omgeving te creeeren.

Frisheid. Doe dingen weg die moeilijk schoon te houden zijn, zoals lampen en zware gordijnen en tapijten waarin zich allerlei viezigheid ophoopt. Loop een keer met een bezem langs plinten, stofzuig achter kasten, leg kabels netjes neer, dweil de vloer met warm water en een scheut azijn, stof bovenop kasten, was je beddengoed en hang het buiten te drogen, leen een tapijtreiniger voor kleden en stoffen banken, was je ramen tot ze doorzichtig zijn. Een fris huis is een weldaad voor de geest.

Het leven na ontrommelen.

Foto door bongkarn thanyakij op Pexels.com

De afgelopen weken heb ik nogal enthousiast gedeclutterd. Zo heerlijk om alles weer leeg en georganiseerd te hebben. Donderdag deed ik het laatste loodje, dat erg zwaar was. Letterlijk: de bijkeuken, waar de gereedschappen en aanverwante artikelen van de man huizen. Ik verhuisde spullen, sorteerde, deed dingen weg, zocht heel veel uit en toen was ik aangenaam moe.

We hebben twee grote kasten in de gang waar de modelbouwvoorraad van een webwinkel die de man ooit had, huisde. Die heb ik verhuisd naar een loos hoekje boven nu hebben het gereedschap en alle autodelen heerlijk de ruimte, alles bij elkaar. Een hele verbetering!

Ah, rust en kalmte, zelfs in de bijkeuken (we hebben tot groot verdriet van de man geen garage, wat er voor zorgt dat spullen zich niet op eigen beweging voort kunnen planten. Althans, niet in hetzelfde tempo als wanneer ze zonder toezicht in een garage liggen)

Maar wat nu!

Fijne dingen. Dat is het idee uiteindelijk, dat je een boel dingen wegdoet om plaats te maken voor andere, betere dingen. Niet dat die spullen me nu zo veel tijd en gedoe kostten maar weten dat het er ligt, is al genoeg he πŸ˜‰ Soms moet de bezem er door.

Ik voel me beter in een rommelvrij huis en naast het gewone onderhoud van kledingkasten ontdoen van meuk en badkamerkastjes kuisen is eens in de zoveel tijd (jaren?) Groot Onderhoud nodig, willen we niet dichtslibben met ons zessen.

Ik heb nu weer tijd voor fijne dingen. Ik ga weer fijn foto’s maken in mijn favoriete seizoen. De bomen kleuren zo mooi nu met het mooie weer. Vannacht hadden we de eerste nachtvorst maar overdag was het warmer dan in juli. Heerlijk! (en raar maar ik kan het toch niet veranderen dus geniet ik er maar van)

Ik ga mijn penvriendinnen weer spammen met brieven. Een poging doen om vijftig kilo volkorenmeel op te maken. (Argh, ik dacht dat ik bloem besteld had…) Wandelen…. Dingen maken met de dertien kilo aroniabessen in de vriezer. Nieuwe recepten proberen nadat ik me de afgelopen weken nogal makkelijk met vertrouwde favorieten van het avondeten had afgemaakt….

Als je niet oppast, is minimalisme gewoon het volgende ding dat je verkocht wordt door influencers. Zorg dat je de juiste vetplantjes, organic basics-ondergoed, verantwoord servies en bedlinnen hebt en alles komt goed πŸ˜‰ Behalve dat het daar niet om gaat. Althans, niet als doel. Want minimalisme is geen doel maar een tool, bla!

Het gaat er niet om wat je niet hebt en wat je wel hebt maar wat je doet met die paar momenten op aarde die je gegeven zijn.

Na een periode van ontrommelen, volgt altijd een periode van rust en leven met zo min mogelijk is een ideaal waar ik langzaam naartoe werk, zonder er echt nog actief iets aan te doen. Het is een gewoonte voor mezelf: als ik iets tegenkom dat geen nut meer heeft, gaat het weg. Zo simpel is het.

Zo min mogelijk bezitten is logisch. Waarom zou ik me druk maken om dingen die niets toevoegen aan mijn leven? Een camera, een vulpen en papier en verder kan het meeste me gestolen worden. Wat niet kan, omdat ik het niet heb. Hmmm…. Het voelt goed om vrij te zijn.

Zo’n opruimperiode maakt me weer heel erg onomwonden duidelijk hoe bewust we moeten zijn met de spullen die we in ons leven toelaten. Iets is makkelijk gekocht of geaccepteerd maar vaak is er weer vanaf komen, een ander verhaal. Het beslissingsproces, het verkopen of wegdoen, het tijdelijk in de weg staan, anderen die vinden dat iets wel moet blijven…

Het is fijn als spullen geen rol meer spelen in je leven, anders dan functioneel. Niet alleen door ze niet meer te vergaren maar door om je niet meer druk te maken over hoe er vanaf te komen.

Dat wordt een boel Noorwegenfotospam op dit blog binnenkort πŸ˜‰

Te veel van alles?

Foto door Nika Akin op Pexels.com

Het kan gebeuren dat je opeens met een andere blik kijkt naar de spullen waarmee je je omringt. Of je nu in een huis woont waar veertig jaar niet echt is opgeruimd, of als je de illusie hebt dat je al jaren heel erg minimalistisch leeft.

De laatste weken denk ik bij veel van wat ik zie ‘waarom heb ik dat eigenlijk?‘ en dan kom ik erachter dat ik het ook niet weet. Soms word je een beetje ‘bedrijfsblind’. De dingen staan er en vallen simpelweg niet meer op.

Dingen toevoegen is makkelijk. Vorig jaar kregen we een nieuwe kachel en de oude bleef op mijn verzoek staan, leuk voor op het terras en anders zou hij weggegooid worden. Maar hij staat daar maar, we gebruiken hem zelden. Hij wordt maandag afgehaald door iemand die dolblij ermee was, omdat hij de zijpanelen van de betreffende kachel al lang zocht. Mooi!

Mijn fiets? Ik geef het nog een poging en wordt het niets tussen ons, dan gaat hij op finn.no
De verzameling stroomdraadjes en kabeltjes moest uitgezocht. De helft kon weg.
Wat oude spullen van ’s mans vorige werk naar het oud ijzer.
Een door al het geruim overbodig geworden boekenkast.
Een lade met allerlei soorten kit, vijf jaar over de datum (ik kom daar ook niet elke week he).
De oude bus.
Wat boeken van de kinderen die ze niet lezen en ook niet gaan lezen.
De lamp boven de tafel die toch nooit aan was en slecht stof hapte.

Elke dag een beetje. Mijn dagelijks leven is vrij van rommel. Misschien dat het me daarom ook niet zo opvalt, de ‘clutter creep’. Toch, de dingen nemen zo geruisloos hun plek in in het huis, om het huis en in je leven en na een tijdje valt het niet meer op dat ze er zijn, ook al worden ze niet gebruikt. Of juist daarom.

Tot ik opeens weer de geest krijgt. En dan moet alles ondervraagd, opgeruimd, weggegooid, gesorteerd, schoongemaakt, verplaatst, ontdubbeld en wat er nog meer moet gebeuren om weer echt alleen dingen in huis te hebben die een doel dienen (altijd handig om te hebben is een doel volgens de man, daar leg ik me maar bij neer in het geval van zijn kabeltjes, lampjes, poedercoatspulletjes etc.)

Voor alles kan je een excuus bedenken. Soms lijkt het verspilling iets weg te gooien. Een grote voorraad cosmetica waar je nog tien jaar mee kan doen.
Een dure jas die je nooit meer draagt, tenzij je 6 kilo afvalt wat je heus wel gaat doen, als ze stoppen met chocolade maken.
Een lamp die ooit een goede vondst was.
Een tafel die op zolder staat sinds je een andere kocht maar waar je ooit nog wel iemand blij mee kan maken.
Dat dekentje dat je ooit nog aan je kleinkind wil geven (je dochter zelf is 12).
De hometrainer die je nog wel gaat gebruiken, als je weer de energie hebt.

Maar echt? Nee joh.

De lege ruimte, die maakt blij. Het is heerlijk je te ontdoen van de spullen die niet in je leven passen en dat vermoedelijk ook niet meer gaan doen. Want, wat heb je nu helemaal nodig in het leven?

Dat is voor mij het belangrijkste: wat heb ik daadwerkelijk nodig om goed te leven? Helpen de dingen die ik om me heen houd bij het leven zoals ik dat wil leven, of verhinderen ze me juist?

Dat hoeft echt niet puur fysiek te zijn zoals een gigantische eikenhouten kast. Ook iets dat relatief weinig ruimte inneemt, kan voelen als een last. Ook al is het ‘economisch’ gezien ‘verstandig’ om het ding te houden, toch kan het gewoon beter voelen om er afstand van te doen. Het geld is toch al uitgegeven, je laten ‘pesten’ door overbodige meuk is gewoon zelfkastijding en nergens voor nodig. Bevrijd de spullen, maak er een ander blij mee die het anders zou moeten kopen.

De rust die ik weer vind, is heerlijk. Hoewel de spullen me niet direct in de weg staan en weinig extra tijd kosten om te onderhouden, is het fijn dat het allemaal weer klopt.

Me ‘bevrijden’ van overtollige ballast, voelt altijd goed.

Niets is zo’n goede herinnering aan het feit dat ik niets nodig heb, als alleen het minimale bezitten. (minimaal = noodzakelijk + een beetje voor het gemak en de leuk).

Minimalisme: wat te houden

Foto door mali maeder op Pexels.com

Dat is natuurlijk de grote vraag.

Kijken naar wat je weg moet doen, schiet niet zo op. Je hersens verzinnen voor elk dingetje wel een goede reden om het te houden. Met deze oude jurkjes kan ik een vlaggetjeslijn maken! In deze emmer kan ik aardappels kweken! Deze oude potjes kan ik gebruiken als ik zelf cosmetica ga maken!

Onzin natuurlijk, dat houdt de rommel in je huis alleen maar in stand. We moeten redenen verzinnen om van dingen af te geraken, niet om ze te houden als we de positieve effecten van een minimalistisch leven willen ervaren.

Kijken naar wat je moet houden is daarom een betere optie. Maar wat moet je houden?

Wel…

‘have nothing in your house you do not know to be useful or believe to be beautiful’

Bedankt, meneer Morris.

De rest kan dus mooi weg.

  • Alle dingen die je dubbel hebt, die je niet dubbel nodig hebt. Of driedubbel. Denk scharen, messen, veger en blik, emmers, dekbedhoezen, haarborstels….
  • Dingen die kapot zijn (als je het zou repareren, had je dat al gedaan)
  • Dingen die je niet meer passen (waarom zou je te grote kleding bewaren? of je schuldig voelen omdat je niet meer in de broek past die je droeg toen je 25 was?)
  • Dingen die te versleten zijn (de dingen die ‘meh’ uitstralen)
  • Dingen die je bewaart voor ooit, voor nood, voor anderen (iets voor nood hebben kan handig zijn maar als de nood aan de man is, heb je niet opeens je oude stofzuiger nodig)
  • Dingen waar je teveel van hebt (elastiekjes, panty’s, ordners, kabeltjes, klapstoelen, wijnglazen)
  • Verpakkingsmateriaal (lege glazen potjes, dichtbindclipjes)
  • Alles wat je niet mooi genoeg vindt om dagelijks te zien: je gaat het echt niet meer waarderen als je het achter in de kast verstopt
  • Alles wat je niet nodig hebt en derhalve zelden of nooit gebruikt. Ook al is het ‘nog prima’. Laat het vrij en doe een ander er een plezier mee.

Dan heb je minder spullen.

Maar…. er kan ook te veel van het goede zijn. Te veel mooie kleding, te veel mooie spullen, te veel handige dingen.

Minimalisme is niet alleen leven met minder of geen rommel, het is ook bewust leven met minder.

Declutteren is niet hetzelfde als minimalisme. Een opgeruimd huis maakt je geen minimalist. Niet dat ik hier de politie loop uit te hangen, maar het zijn wel verschillende dingen. Een minimalist streeft er naar te leven met alleen hetgeen ie nodig heeft, of oprecht waardeert.

En er kan maar een beperkte hoeveelheid dingen in je leven zijn, waaraan je je aandacht kan geven.

Uiteindelijk gaat het daarom: de dingen die je doet, doen met intentie. Niet zomaar wat kopen, zo maar wat eten, wat kijken, of wat doen maar schrappen wat geen waarde heeft, om volle aandacht te kunnen geven aan wat dat wel heeft.

In de loop der jaren is bijna alles dat ik ooit dacht belangrijk te vinden, verdwenen. De dingen die wel belangrijk bleken, bleven.

Minimalisme is een proces. Wat ik tien jaar geleden belangrijk vond om te houden, is nu overbodig. Andere dingen zijn belangrijker geworden. Dat is prima. Vasthouden aan spullen of ideeen of het verleden, is nooit goed.

Maar wat ik ook heb weggedaan: ik heb nog nooit iets gemist. Wat voegden die dingen toe? Stuk voor stuk niets. Mijn gedachten over dat specifieke ding, maakte dat ik het in eerste instantie wilde behouden. Niet het ding zelf.

Verander je gedachten, verander je leven.

Je kan googlen hoeveel dingen een minimalistische keuken heeft. Maar het gaat erom hoeveel jouw minimalistische keuken (nodig) heeft. Of hoeveel kleding er in jouw kast hangt. Met welke dingen jij je wenst te omringen. De dingen die jij in de loop van een dag, een maand, een jaar gebruikt.

En ook: de rekening die jij moet houden met andere mensen. Lag het aan mij dan verfden we alle muren wit en hadden we niets in huis behalve bedden en een gigantische eettafel met fijne stoelen. Maar ik ben niet alleen. Dus staan er cd’s, apparatuur, een aquarium en modelbouwbootjes in de kamer en hangt er wat kleurigs aan de muur. En dat is prima.

Wat je in je leven wil houden of toelaten, bepaal je zelf. Er is geen magisch nummer. Gebruik je het niet of vervult het je hart niet echt met blijdschap, doe het dan weg. Gebruik je het of maakt het je blij: dan houd je het.

Maar pas op, want er zijn veel dingen die we gebruiken, die we eigenlijk niet nodig hebben. Waarom zou je klapstoelen voor visite hebben, als je ook je eetkamer- of tuinstoelen kan gebruiken. Waarom heb je zes dezelfde pannen en maar vier gaspitten en ze nooit allemaal tegelijk in gebruik? Ondanks dat je elk exemplaar gebruikt, kan je makkelijk af met twee stuks. Waarom leg je een sprei op je bed als je het er ’s avonds weer afhaalt? Kijk goed naar wat je nodig hebt. Waarom leg je een plaid op de bank als het enige wat je ermee doet, het ding opvouwen is? Waarom zou je elk drankje uit een ander soort glas drinken? Dat je het doet, wil niet zeggen dat het moet.

Kritisch kijken naar wat je nodig hebt, dat is essentieel.

Vraag je af: zou ik onthand zijn als ik dit ding niet meer zou hebben? Is er iets anders dat ik kan gebruiken, of verloopt mijn dagelijks leven echt minder vloeiend zonder dit ding?

Er zijn van die grensgevallen. Mijn koffiezetapparaat. Ik kan koffie maken zonder, maar houd van het gemak van het zetten van een volle pot voor man en mij ’s ochtends. Ik kan zonder droger, maar af en toe voor nood is het ideaal. De man houdt te veel van de frituurpan en zijn zelfgemaakte snacks. Ze zijn niet essentieel maar toch: ze geven een zeker plezier of maken het leven aangenamer. Omdat ze mijn leven dus veraangenamen, mogen ze blijven.

Andere dingen echter, doen dat niet. Alles wat een keukenmachine kan, kan ik ook met een snijplank, een goed mes en mijn handen. Mijn smartphone was een ergernis, meer dan een verrijking van mijn leven. Een grotere garderobe blijkt nu ik zelfs mijn capsule wardrobe minimaliseerde, meer last dan lust.

Daarentegen: zou ik mijn grote vlijmscherpe herdersmes missen, of de wasmachine, de rvs emmer, mijn winterlaarzen, kasjmier sjaal, vulpen, gietijzeren koekenpan, ijzeren spatel, handtas, icebreaker vest of verzameling brieven van de man niet hebben, dan zou ik deze wel heel erg missen.

En dat is denk ik waar het om gaat: bekijken wat essentieel is, een paar dingen toevoegen voor het gemak en de rest (99% van wat er te koop is), laten voor wat het is. En wat dat is, bepaal je helemaal zelf. Helaas πŸ˜‰