Wandeling bij de waterval

Ik wilde vroeg gaan wandelen vanmorgen. Want de ochtend is mooi. Bovendien zou het ’s middags droog worden. Nee, de logica snapte ik ook niet maar ik wilde gewoon eruit. En het was prachtig. Het had flink geregend en dan is de waterval altijd spectaculair. De foto’s staan alleen precies in tegenovergestelde volgorde.

Ik wil van alles schrijven, maar ik vind de juiste woorden even niet.

Dan heeft het ook geen zin om achter de computer te blijven hangen. Ik ga even de houtmand vullen, de boel boven stoffen en stofzuigen, een grote salade maken voor bij de door de man gemaakte saucijzenbroodjes voor vanavond en een beetje opruimen. En dan is het al weer bijna avond.

Morgen weer een nieuwe week. Met nieuwe… kansen?

Haha.

Gekke wereld.

Beste mensen die wel blijven volgen (velen ook ondanks dat ze het niet met me eens zijn), ik vind dat echt super! Dank jullie wel! 🙂

Liefs!

Plaatjes.

Ik zit al een uur van alles te schrijven en weer te deleten.

Dat schiet ook niet op.

Vannacht was er een flinke storm en we gingen net tijdens het staartje ervan wandelen. Toen we terugkwamen en de pannekoeken op hadden, begon het zonnetje door te breken. Geeft niets, ik houd van Noorwegen met dramatische wolken.

En dan de helft van mijn tekst laten staan.

Ik wilde iets schrijven over het hoofd niet laten hangen. Over accepteren dat dit een moeilijke tijd is, als je ziet dat er zo veel onbegrijpelijke dingen gebeuren. Ondemocratische dingen. Gevaarlijke dingen. Onware dingen.

Mijn ouders heb ik al bijna een jaar niet gezien en vanmiddag greep me dat voor het eerst aan. Ik liep hun appartement in om iets te halen en zag op een flesje in mijn vaders handschrift de datum van openmaken vorig jaar november. Ik maak altijd grapjes om zijn bijhouddrift.

Maar het heeft geen zin om me er al te druk om te maken. Deze dingen zijn niet in mijn handen. Ik heb ze gevraagd of ze hier willen komen voor een wat normaler leven maar dat vinden ze lastig. En ook dat heb ik maar te accepteren.

We maken het leuk en gezellig hier. We gaan naar buiten. Eten gezond en lekker. Steken de kachel aan. Doen leuke dingen. Sturen berichtjes naar opa en oma. Tellen onze zegeningen. Ik probeer me enigszins voor te bereiden om wat er misschien nog meer komt. Vooral mentaal.

Ik kijk nu al uit naar de tijd waarop de dagen gaan lengen. Over precies twee maanden, vanaf nu.

Er zal een flink beroep worden gedaan op iedereen z’n geestelijke gezondheid de komende tijd. Genoeg tijd offline doorbrengen, goed voor jezelf en de mensen om je heen zorgen, tijd in de natuur doorbrengen, dingen bakken en koken, het huis mooi houden, bewegen en dingen kijken, doen, luisteren en lezen waardoor je de hele situatie even kan vergeten zijn enorm belangrijk.

Ik hoop dat het goed gaat met iedereen. Sterkte allemaal!

Waarom Noorwegen? (en niet Zweden?)

Foto door Marius Schmidt op Pexels.com

Er zijn best wat mensen die bij een emigratie naar het noorden twijfelen tussen Noorwegen of Zweden. Wij wilden in tweede instantie naar Zweden, toen we er tijdens onze huwelijksreis naar de Noordkaap geweest waren. De stilte, de uitgestrekte bossen, de spiegelgladde meren, de betaalbare huizen…. en toch wonen we in Noorwegen. Waarom kozen we uiteindelijk voor Noorwegen?

Ik weet niet veel van Zweden, dit is uit de tijd dat wij ons oriënteerden en door berichten die ik lees of dingen die mensen vertellen. Zoiets is altijd persoonlijk. Er zijn bijvoorbeeld zo veel Nederlanders die Noren stug en ongezellig vinden, maar wij hebben Noren leren kennen als hartelijk, open, uitnodigend, gastvrij en goedlachs. Een ander vindt Zweden leuker. Kan hé?

Want: Noorwegen.

Ik houd van zo veel in dit land. De bergen, de fjorden, de bossen, het onmogelijke landschap, het grootse en meeslepende, de gletchers, de scherenkust, Peer Gynt en de Bukkene Bruse, de stabburs en de knoestige gebouwen, de taal…. Ja, jeg elsker dette landet!


De kans op een baan.


Toen we naar Noorwegen vertrokken, kreeg de oliesector net een enorme dreun, 30.000 banen weg in een paar maanden. Daarvoor werd de man nog geregeld gebeld door uitzendbureaus of hij wilde komen praten over een job in Stavanger of Bergen. Maar: de werkgelegenheid in Noorwegen was beter, al met al.

Het is echt niet meer wat het was en als je nu een baan wil hebben, zal je iets moeten kunnen of willen wat de Noren niet kunnen of willen. Toen de man uiteindelijk een vaste loondienstbaan vond, was hij wel binnen twee weken in dienst voor onbepaalde tijd, omdat hij erg goed is. Goed technisch personeel, medisch personeel, bepaalde bouwkundigen… daarvoor is wel werk. In de olie vallen er wederom flinke klappen. En dus ook in de rest van Noorwegen want zonder olie was dit nog steeds een behoorlijk arm land, wat het ook altijd geweest is.


Noorwegen is geen EU


Noorwegen is wel via verdragen gedwongen om een deel van EU-regels te implementeren. Dat hebben we vooral te danken aan Gro Harlem Brundlandt, een vreselijke socialistische dame die toevallig ook in het ‘board’ zat van de global pandemic awareness-blabla van de WHO. Maar verder vind ik het fijn dat de krankzinnige bureaucraten uit Brussel misschien hun voet tussen de deur hebben, maar nog niet het hele huis hebben overgenomen.


Minder immigratieproblemen.


Ze zijn er wel maar niet in de mate waarin Zweden dat heeft. Zweden waar de politie moet worden bijgeschoold door politie uit Amerika met speciale ervaring in bende-problematiek, waar de autochtone bevolking in dit tempo binnen een paar generaties vervangen is, waar een door een immigrant doodgeschoten meisje volgens de media ‘op de verkeerde tijd en de verkeerde plek’ was, alsof het logisch is dat er zo nu en dan kogels door de lucht vliegen en waar men nog liever de oorspronkelijke bevolking zich tot de islam laat bekeren dan eens iets aan het probleem te doen.

Hier zijn er ook in de grote steden problemen. En ook in dorpjes. Maar niet in de mate waarin Zweden het kent. Immigranten moeten een stevige inburgeringscursus doen en taaltest afleggen waarmee ze op een aanvaardbaar niveau kunnen meedraaien in de samenleving.


Huizenprijzen….


Ja, die liggen hier hoog. Even als de prijzen van dagelijkse boodschappen. Dat zou een reden kunnen zijn om in Zweden te gaan wonen maar het is ook vooral op het platteland dat je goede koopjes kan doen qua huizen. Probleem is daar dan net als hier: waar ga je werken om het geld ervoor te verdienen? Je moet het treffen. Daarbij is wonen op het platteland duur: je moet overal lang voor rijden, voor de simpelste dingen. Kinderfeestjes, een fles wijn, een oliefilter…. Lang leve internetwinkelen maar dat is ook niet altijd een optie.

Zweden is ook goedkoper met boodschappen maar dan eten we maar wat eenvoudiger. Zo veel scheelt het ook niet als je goed oplet. Voor mij zou dit nooit van doorslaggevende reden zijn in elk geval.


Toelating.


Zweden is vrij lastig om binnen te komen, voor zover ik weet en dat is de laatste jaren nog meer geworden. Noorwegen is simpeler: zo lang je voor jezelf kan zorgen, zijn er voor EØS-burgers weinig problemen. Wij kregen een onbegrensde verblijfsvergunning zonder vaste baan maar met 50.000 euro eigen vermogen. Dat we altijd alles in het Noors hebben gedaan, hielp denk ook wel. Het ligt eraan wie je treft, maar bij ons ging alles redelijk ‘vanzelf’.


De taal.


Noors is voor de meeste Nederlanders goed te begrijpen, in elk geval geschreven. Zweeds vind ik veel lastiger. Het lijkt op Noors, maar dan is alles zo omslachtig mogelijk gespeld. Je herkent het aan de vele o’s met puntjes. Noors aan de ø’s. Deens herken je door een overdaad aan æ’s en woorden die eindigen op -b of -v. En het feit dat je er werkelijk niets van kan maken.
Maar Noors is vrij makkelijk te leren. Soms denk ik: ik ben best goed 😀 en andere keren denk ik: ik heb nog ZO veel te leren, als het bijvoorbeeld gaat om een specifiek onderwerp zoals windmolenpolitiek. Maar als taal niet je ‘forte’ is, is Noors handiger.


De mentaliteit


Maar daar moet iedereen zich zelf maar een oordeel over vellen 🙂

De vrijheid en het informele

Ik heb het idee dat Noorwegen in veel dingen vrijer is. Mensen zeggen ja en amen en gaan vervolgens gewoon hun eigen gang. Zweden heeft net als Noorwegen het allemansrecht en dat is fantastisch. Paddestoelen verzamelen is geen stropen, maar een recht, net als overnachten in het bos. Noorwegen is nog wat informeler dan Zweden. Hier geen mensen met stropdassen of pakken, afgezien van wellicht wat te flitsende makelaars in de grote steden.

Uiteindelijk besloten we dat Noorwegen beter bij ons past en dat we hier meer op onze plek zouden zijn dan in Zweden, hoe prachtig dat land ook is. Maar nogmaals: dit is MIJN ervaring, wat IK ervan weet. Niet de waarheid, alleen hoe ik het heb ervaren.

Als je wil emigreren, zet dan alles op alles om het te doen en laat je niet afschrikken door negatieve verhalen. Het is nu lastiger, het is lastiger op het platteland, een vreemde taal leren kan moeilijk en frustrerend zijn. Maar: als je het echt wil, is het het waard. En voelt het ook niet als iets opgeven maar simpelweg als een andere afslag nemen in het leven.

Zoals Vincent van Gogh zei: normaalheid is een makkelijk te belopen pad, maar er groeien niet veel bloemen. Iets in die trant, in elk geval.

Als je blijft doen wat iedereen van je wil en als je overal leeuwen en beren ziet, heb je later alleen maar spijt van alles wat je niet hebt gedaan toen je er de kans voor had. Dingen die je allemaal gewoon overleeft, hetzij met wat grijze haren, krassen op je ziel of een deuk in je portemonnee. Nou en. Ga ervoor! Iets meer ‘och nou ja’ dan ‘wat als’ en ‘stel dat’. Alt skal bli bra!

Noors onderwijs: leren ze ook nog wat?

Dat vragen we de kinderen geregeld. ‘Wat heb je gedaan op school?’ en dan is het antwoord iets als in bomen geklommen, getekend, om het meer bij school gerend oh ja, wiskunde.

Het tempo hier is wat lager dan in Nederland. Niemand verwacht hier dat een kind van vier of vijf zelfstandig twee a drie taakjes doet en dat bijhoudt, zoals de basisschool in Nederland.

Kinderen beginnen in augustus van het jaar dat ze zes worden op school. Er wordt heel langzaam begonnen. Niet alleen in de eerste klas, maar in alle klassen is de eerste week na de zomervakantie een van på tur, fietstochten, kajakken en spelletjes doen.

De eerste tijd in de eerste klas is er vooral aandacht voor wennen en elkaar leren kennen. Ik heb hier echt nog nooit een kind gehad dat moe was na school, of overweldigd. Wel is er vrijwel meteen huiswerk. Eerst in de vorm van het maken van een tekening, het lezen van een paar woorden en ‘herfstbingo’ en dat wordt steeds wat meer.

Mijn schoolgaande dochters zijn er altijd in een oogwenk mee klaar, de jongen doet er langer over maar in overleg met school kan wel geregeld worden dat hij de opdrachten wat ‘makkelijker’ mag maken anders is hij anderhalf uur bezig en dat is evenmin productief of leerzaam. Allemaal geen probleem.

Een paar keer per jaar moeten ze een trivselsundersøkelse invullen. Hierin geven de kinderen aan met wie ze spelen, of er gepest wordt, of ze zelf pesten of het slachtoffer worden etc en hoe ze het vinden op school. Geen wassen neus met blabla: als er iets aan de hand is wordt er ook echt actie ondernomen en opgelet.
En natuurlijk zijn er altijd incidenten en soms zelfs tragische verhalen van scholen waarop het wel uit de hand loopt, waar leraren wegkijken… en is het overal wel eens wat.

Vorig jaar had DL2 last van een jongetje dat nogal ruzie zocht met iedereen en ook haar had geslagen en geschopt en omdat hij een halve kop groter is dan alle andere kinderen liep de situatie snel uit de hand. Ik heb toen gesproken met de contactlerares en zij seinde de pauzewachten in dat ze extra op moesten letten.

Na een paar weken echter werd hij overgeplaatst naar een andere klas en stopte het. Na een paar weken kwam ze thuis met een tekening van het betreffende jongetje met hierop in hanenpoten: ‘du er snill Sophia’. (jij bent aardig Sophia). Nu gaat alles prima.

Ook leuk: met kerst of een verjaardag wordt aandacht besteed aan goede eigenschappen van de kinderen. Iedereen noemt dan iets op dat hij of zij positief vindt aan dat kind, of een leuke herinnering. Bijvoorbeeld voor mijn zoon:

  • Je bent goed in de bus op tijd halen
  • Je kan goed Noors en Nederlands
  • Je bent altijd vrolijk
  • Ik weet nog die keer dat het keihard regende en jij je regenbroek in de bus had laten liggen

Of voor mijn dochter:

  • Je kan goed tekenen
  • Je bent rustig en aardig
  • Je hebt mooie krullen
  • Je kan heel snel lezen

Inschrijven op school in Noorwegen

Toen we naar Noorwegen gingen stonden we nog ingeschreven in Nederland en hadden we nog geen D- of F-nummer. Dat was geen probleem: we hadden een huis in het gebied van school gehuurd en nadat we onze namen en telefoonnummers hadden genoteerd op een kladblaadje, kon onze dochter na een rondleiding de dag erna meteen komen.

Zo kan het dus ook 🙂

Er zijn geen cijfers en geen rapporten. Wel is er een kartleggingsprøve, een test waarin gekeken wordt hoe het kind het doet ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Hier wordt een kind echter niet op afgerekend, het is alleen om de leraar en de ouders inzicht te geven in hoe het kind het doet.

Ik vind het idee van cijfers ook zo achterhaald. Mijn dochter die alles achteruitlopend, fluitend met twee vingers in de neus voor elkaar krijgt, haalt een 9 en mijn zoon die keihard studeert maar het minder snel doorheeft, een 4. Dus dat is ook heel prettig hier.

Mijn zoon krijgt nu twee uur extra begeleiding per week. Blijven zitten wordt zelden tot nooit gedaan. Het duurde even om het voor elkaar te krijgen maar we zijn enorm blij met deze extra aandacht.

De basisschool (kinderschool, barneskole) duurt zeven jaar. Hierna gaan kinderen naar de jeugdschool (ungdomsskole). Er zijn in ons dorp vier basisscholen en een jeugdschool. In veel dorpen zitten kinder- en jeugdschool bij elkaar.
Op de jeugdschool begint men met cijfers: als de kinderen dertien zijn, kunnen hun tere zieltjes dat wel aan 😉 Ze kunnen dan een extra taal kiezen zoals Frans, Spaans of Chinees, of dieper ingaan op Noors of Engels. Engels onderwijs is hier heel erg goed, de kinderen begrijpen echt al heel veel, in woord en spraak.

Na de ‘grunnskole’ (barne- en ungdomsskolen) kunnen kinderen naar de videregående. Ze kunnen een ‘yrke’ leren en daarna gaan werken. Het is te vergelijken met een praktische MBO-opleiding. Of ze kunnen een ‘studiekompetanse’ krijgen en daarmee verder naar hogeschool of universiteit. Een kind dat echt niet de leerdoelen haalt, krijgt een bewijs van competentie waarin staat wat het kind wel geleerd heeft.

Overigens is tot nu toe al het onderwijs gratis. Geen semi-verplichte ouderbijdragen, behalve voor het bosje bloemen aan het einde van het jaar en met 150 kr per jaar wordt gespaard door de ‘Polentur’, die niet altijd naar Polen gaat. Voor het kamp aan het einde van de 7e klas.

Dus geen gedoe met cadeautjes voor leraren, die elk jaar gekker en creatiever lijken moeten worden. Kinderen tracteren ook niet op school. Er wordt wel voor ze gezongen geloof ik.

Dat is zo leuk hier: naast biologieles waarin je leert over fotosynthese, gaan kinderen ook naar buiten om planten te bekijken. Naast noten leren lezen, leren kinderen ook een instrument spelen als daar hun interesse ligt. Naast te leren hoe veel m2 een hectare is, gaan ze naar buiten om het uit te meten.

Maar wat leren ze nu?

Wel, ik heb geen idee 😉 want ik weet niet wat kinderen in Nederland leren. Ik kan mijn groep acht-ervaring van 25 jaar geleden niet vergelijken met wat mijn kinderen hier in de 6. trinn leren. Ik kijk wel eens in hun boeken en vind dat ze al best pittige dingen moeten kunnen. De methodes zijn echter heel anders dan wat ik nog ken.

Als ik het moet vergelijken denk ik dat er veel rustiger begonnen wordt maar dat dat uiteindelijk gewoon wordt ingehaald.
De focus ligt echter niet op dingen leren en hoge cijfers halen zoals in Nederland maar op de ontwikkeling van het kind. Er wordt gekeken naar wat het kind kan en wil en daarop wordt veel aangepast. Niet tot in het oneindige, maar het is geen buigen of barsten zoals ik soms uit Nederland hoor.

Erg slimme kinderen?

Hoogbegaafd, ADHD… ook hier zijn er kinderen die niet in de middenmoot behoren. Volgens de contactleraar is de oudste volgens de testen hoogbegaafd maar hoogbegaafdheidproblematiek, daar hebben we geen last van.

Ze doet alles makkelijk en als ze klaar is gaat ze iets anders doen. Ik heb destijds wel met de leraar afgesproken dat ze soms wat moeilijker dingen doet zodat ze ook weet dat niet altijd alles aangewaaid komt want daardoor laat ze zich makkelijk uit het veld slaan.

In de klas van de oudste zit ook een jongen met ADHD en nog wat problemen. Iedereen weet hoe hij is, er is extra begeleiding voor hem en als het niet gaat om hem in de les te houden, gaat hij een onderwijsassistent helpen of een film kijken om tot rust te komen.

Zoals ik zei, het heeft beiden zijn voor- en nadelen. Het is fijn dat hij op een gewone school kan zijn en de andere kinderen ook om leren gaan met zulke mensen. En soms denk ik dat het fijn zou zijn als de andere kinderen gewoon hun dingen zouden kunnen doen zonder dat er weer een tafel wordt omgegooid of zoals vorige week bij drie kinderen hun drinkflessen worden gesloopt omdat P. weer een aanval had.

Ook op de ungdomsskole is er aandacht voor andere dingen dan kennis vergaren. De school hier heeft een eigen boot, een bibliotheek, een kamp van drie dagen in het begin van het schooljaar aan de scherenkust, de kinderen krijgen ook hier ‘koken en gezondheid’, er zijn veel culturele activiteiten, een groot lokaal met muziekinstrumenten en kunst- en handwerk.

Wat ik heb gehoord van mensen die hier op school zaten, is het een heel gezellige en leuke school met fijne leraren.

Na de videregående kiezen sommigen ervoor een jaar folkehøgskole te doen. Het is de meest vrije school van de wereld. Noren gaan er prat op om in veel dingen de beste van de wereld te zijn, of dat nu klopt of niet. Er zijn hier geen cijfers of testen, je komt er om ervaring op te doen. Sommige scholen gaan tot 25 maar de meesten hebben geen bovengrens voor de toelating, qua leeftijd. Het kost 12000 euro maar er is enige compensatie en je bent letterlijk het hele jaar onder de pannen en voorzien van eten.

Je kan onder meer kiezen voor ‘natur og friluftsliv’, paarden-skills, FriXtreme (buitenlucht voor waaghalzen), jakt og fiske, schrijfkunst, streetfood, alles met fantasy (het genre: tekenen, kostuums, verhalen etc), vikinglivet (leren smeden en andere oude vikingvaardigheden), fotografie, bootbouwen, redesign en hergebruik, discipelleven, auto en motor, klimaatactivist (serieus) of de backpack surprise…

Dit is wel iets dat ik mijn kinderen heel erg graag wil meegeven mochten ze dat willen. Ik weet van meerdere Nederlanders die op deze scholen hebben gezeten, dus voor Nederlandse studenten is het ook mogelijk om hieraan deel te nemen.

Zo. Dat was het wel. Voor nu 🙂

Noors onderwijs. Is dat beter?

Beter dan wat? In welk opzicht? Ik heb geen idee! Mijn oudste is twee jaar op school in Nederland gegaan, de jongen een paar maanden en daarna had ik mijn buik aardig vol van ‘Week van de Lentekriebels’, schoolontbijtjes, malle testen, verplichte werkjes en andere gekkigheid. De Merkaba Sudbury-school in het dorp werd op last van de schoolinspectie gesloten voor ik goed en wel kon bedenken of ik mijn kinderen daar wellicht naartoe wilde doen.

Ik weet niet hoe het is in Nederland op school nu, anders dan van verhalen. En als ik het zo lees denk ik dat het hier beter is, of je kind nu enorm slim is of extra hulp nodig heeft. Maar ik ben alweer zes jaar hier en niet van plan ooit terug te gaan. Mijn kinderen ook niet, ze zijn best geschokt als ze een school zien met een hek met punten ervoor (waar zijn die van voor mama?)

Onderwijs was dan ook een grote reden om tijdens wat achteraf het staartje van de huizenmarktcrisis was, ons huis te verkopen. Wat ik wist van Noors onderwijs was alleen maar beter dan wat we hadden.

Vandaag kwamen de kinderen blij thuis, zoals altijd. De oudste was vaak boos en gefrustreerd als ze uit school kwam. Zo kende ik haar niet!

Maar in Noorwegen kwam ze vanaf dag 1 gezellig en blij terug uit school.
Wat hadden ze gedaan (onder andere): de oudste had levend tafelvoetbal gespeeld met gym waarbij alle kinderen in rijen en elastieken touwen hingen. De hilariteit.
De jongen had appeltaart gebakken bij ‘voeding en gezondheid’.
De jongste was på tur gegaan, had vuur gemaakt in het bos, een hut gemaakt met haar vriendinnen en chocolademelk gedronken.

Schoolrecht

In Noorwegen geen leerplicht. Er is het recht op onderwijs. Dat kan verschaft worden door de overheid of door ouders. Het kind heeft het recht op onderwijs. Een andere benadering van leerplicht maar het is zoals alles hier, wat kindvriendelijker.

‘Trivsel’ (denk aan het Engelse woord to thrive) is erg belangrijk. Het is zelfs in de 7e klas nog steeds het belangrijkste thema bij een ouderavond. Heeft het kind het leuk op school? Als een kind niet lekker in zijn vel zit, wordt er veel aan gedaan om dat te veranderen. Van wat ik heb meegemaakt kan ik alleen maar dankbaar zijn voor de geweldige leraren die er ook alle moeite voor doen om te zorgen dat de sfeer in de klas goed is en elk kind krijgt wat hij of zij nodig heeft.

Geen vrije keuze

Er is geen vrije schoolkeuze. Je kan op eigen kosten naar een Steiner- of zeer christelijke school maar waar je woont, bepaalt waar je kind naar school gaat. Nauwelijks uitzonderingen (hoewel gedoe met scheidende ouders soms tijdelijk kan zorgen dat wordt afgeweken van de regel)

Extra hulp

Hier vind je bijna geen speciaal onderwijs. Mijn zoon zat in de klas bij een meisje in een rolstoel met een ernstige handicap, tot dat echt niet meer ging. In de klas van mijn dochter zit een jongen met ernstige gedragsproblemen. Kinderen met down syndroom volgen zo veel mogelijk regulier onderwijs.

Elke klas heeft een miljøarbeider, iemand die voornamelijk zorgt voor het welzijn op een school.

De jongen krijg nu, na bijna twee jaar sinds het werd aangevraagd, 2 uur individuele hulp per week. Een op een les met een leraar of begeleider. Er kan heel veel maar je moet niet verwachten dat iedereen meteen voor je in de houding springt.

Ik lees ook wel eens van die klaagverhalen van emigranten die met drie kinderen met wat in Nederland als ‘probleem’ gezien wordt die verwachten dat op het dorpsschooltje meteen zes man begeleiding klaar staat want dat is beloofd. Zo werkt het gewoon niet.

Skolestart

Kinderen gaan in het jaar dat ze zes worden naar de jeugdschool en blijven daar zeven jaar. Ideaal: alle kinderen beginnen tegelijk, in augustus. Geen gedoe met elke maand weer een nieuw kindje. Kinderen blijven in principe niet zitten want meegaan met de groep is belangrijker. Het onderwijs past zich aan aan het kind: als een kind niet mee kan, wordt geprobeerd met extra begeleiding de boel op te lappen.

De meeste kinderen hebben daarvoor al vijf jaar barnehage erop zitten. In het laatste jaar van de barnehage hebben ze een paar uur per week een groepje voor de kinderen waarin ze letters en getallen leren, spelenderwijs.

Er zijn meerdere leraren. De klassen zijn meestal klein en sowieso onder de 20 kinderen. Er is een leraar, een assistent en nog speciale vakleraren en ondersteuners. Een kind heeft gelukkig niet het risico om twee jaar lang een nare leraar te hebben, vijf dagen per week, zes uur per dag.

Taalles

Voor kinderen die uit een ander land komen, is er vaak extra taalles beschikbaar. Ligt aan het budget van de school. Mijn oudste kreeg samen met een jongetje uit Bulgarije Noors van een lieve Iraanse dame het eerste jaar. De jongen kreeg het dan weer niet, maar de school is ook nogal overspoeld met nieuwe aanwas de laatste jaren.

Omgang

Hier gelukkig nog een redelijk ongedwongen omgang tussen leraren en kinderen. Een verademing. Er worden veel leuke dingen gedaan: met de honden van een lerares gingen ze hondeslee-rijden in de sneeuw, er wordt gekajakt op het meer naast de school, elke vrijdag gaan de lagere klassen på tur in het bos, er zijn filmdagen, kooklessen, een eigen bibliotheek, als er sneeuw ligt is sneeuwpoppen maken belangrijker dan wiskunde, de kinderen gaan naar boerderijen toe en zien hoe er schapen geboren worden (of geslacht, geen tere kinderzieltjes hier), toen een lerares een dode zeehond vond werd die met de vijfde klas for the sake of science ontleed, als de kinderen klaar zijn met hun werk mogen ze tekenen….

Soms is er engelsdag. Dan kunnen ze naar school met iets dat lijkt op een Engels uniform en praat heel de school heel de dag Engels. Soms is er wiskundedag waarbij buiten allerlei ‘stations’ zijn waarin ze meer leren over wat er in boeken staat. Tien meter springen enzo. Vlak voor de vakantie heeft heel de school kustcultuurweek, en gaan ze stranden opruimen, kanoën, vissen, krabbenvangers maken, in zee zwemmen en leren over de zee. In mei is er het junior songfestival en in oktober de Blimedans. (Bli med = doe mee).

Vorig jaar hadden ze eendeneieren op school en daarna kleine eendjes. Eerder hadden ze kippen. Er zijn zonnebloemwedstrijden, moestuintjes en als iemand zesmiljoen stekjes heeft van een kamerplant en die doneert gaat de hele klas aan het stekken.

Kinderen klimmen in bomen in het bos en dat wordt leuk gevonden door de volwassen. (net als dansen op het dak) Er zijn twee lange pauzes en de schooldag duurt gemiddeld van half 9 tot 1 uur voor de onderbouw en tot kwart voor twee voor de bovenbouw. In de pauzes is er veel toezicht maar er staat dan ook geen hek om de school en achter de school begint een enorm bos.

Onderling

Contact tussen groepen is ook belangrijk. Alle nieuwe kindjes krijgen een begeleider uit de vijfde en dat nemen ze allemaal erg serieus. Die lopen met ze mee naar de kerk als er kerst gevierd wordt of met andere Grootse Gebeurtenissen dat eerste jaar. Ze kunnen daar ook terecht voor vragen. De vijfdeklassers zorgen goed voor ‘hun’ kinderen. Mijn oudste ging met vier vriendinnen en al hun eersteklassers naar de bioscoop. Zij had een meisje met down als ‘fadderbarn’. Zo fijn dat die kinderen gewoon mee kunnen doen met alles hier.

Er wordt veel met de parallelklassen gedaan maar ook met hogere en lagere klassen. Er is veel minder dat wij-zij gevoel.

Bus

Als de kinderen meer dan 3 km bij school vandaan wonen hebben ze recht op vervoer met schoolbus die gelukkig recht voor de deur stopt. De kleinere kinderen worden naar de bus gebracht door Ivar, de uiterst populaire buswacht.

Voor het idee hier wat leerdoelen:

Tweede klas (7 – 8 jaar)

Noors: ik kan vertellen over een dier, ik kan een verhaal vertellen bij een plaatje.
Wiskunde: ik weet wat even en oneven getallen zijn en wat plus betekent.
Engels: ik ken de woorden pencil, sharpener, school bag
Natuurvak: ik weet hoe beren en eekhoorns leven en wat ze eten.
Maatschappijleer: ik weet wat een archeoloog doet.
Sociaal: ik kan meedoen in een gesprek over wat goed en fout is.

En de zevende klas:

Noors: ik kan vakteksten en literatuur lezen op het Nieuw Noors, Zweeds en Deens
Wiskunde: we starten met vermenigvuldiging. Ik kan verdubbelen en halveren decimaalgetallen.
Engels: ik kan onregelmatige werkwoorden verbuigen en ik weet het meervoud van zelfstandig naamwoorden.
Gym: ik kan anaerobe duurzaamheidstraining
Maatschappijleer: ik kan reflecteren op de geschiedenis van oervolkeren en hoe hun identiteit tegenwoordig beinvloed wordt.
Natuurvak: ik weet hoe broeikaseffect werkt
Sociaal: ik kan goed luisteren als iemand vertelt over zijn herfstvakantie.

Is het alleen maar jubel?

Nee. Naar mijn idee kunnen sommige kinderen die de boel verpesten, veel te veel hun gang gaan. Een notoire pester kan ook niet van school verwijderd. Sommige dingen duren erg lang. ‘Ting tar tid’ zeggen de Noren en dat is ook zo. De dingen kosten tijd in Noorwegen en Sørlandet is zelfs hier in Noorwegen berucht daar om.

Je moet soms je Nederlandse mentaliteit waarbij alles gisteren geregeld moet zijn, opzij zetten. Men is hier weinig gewend aan directheid en zegt liever ja en schuift het op de lange baan, dan naar waarheid ‘nee’ te zeggen.

Maar al met al…

Ben ik ZO blij dat we hebben gedaan wat we deden. Het is overal wel eens wat maar hier is het bijna altijd gewoon fijn en goed en gezellig. Mijn kinderen komen 99% van de tijd blij uit school en in elk geval nooit verdrietig of boos. Noren snappen echt niets van het Nederlandse systeem en roepen altijd licht verontwaardigd: ‘men barna skal jo leke!’, de kinderen moeten toch spelen!

En dat is belangrijk hier: kind zijn. Mooie dingen doen. Goede herinneringen maken. Een band voor het leven maken met je klasgenoten. En dat kan ook beklemmend zijn voor sommigen maar het is beter dan het alternatief. Dat van ieder voor zich en van een kind modelleren naar de eisen van Het Systeem.

Ik kan er nog drie uur over doorgaan maar ik ga nu film kijken met de man, doei!





Stormachtige Noorse kust.

Eindelijk lukt het me om wat foto’s te uploaden. Deze storm en onze internetverbinding werken niet echt samen en het was al niet heel snel. Geen glasvezel hier på landet.

Mijn eigen laptop is zo traag dat ik er eigenlijk niets meer mee kan. Terug naar fabrieksinstellingen werkt niet en ik weet niet waarom. Gelukkig heeft de man een laptop, waarmee we ’s avonds een serie kijken waar ook nogal tijd in gaat zitten. Maar dat geeft niet, naast de man op de bank is gezellig. Toch: bloggen schiet er een beetje bij.

Gisteren hebben we in een kwartier de keuken leeggemaakt en de inhoud in een vakkenkast gezet (minimalisme, jeej) en in een uur het ding naar buiten gewerkt. Dinsdag komt de nieuwe en in de tussentijd moeten we ons even ‘behelpen’ met wat simpele gerechten. Maar dat deed ik toch al; ik probeer nu elke dag vers te koken in plaats van de vriezer vol te gooien met mijn zelfgemaakte kant en klaar maaltijden. En dit bevalt ook prima, het dwingt me om wat meer creatief te zijn. En dat is ook iets dat ik graag wilde doen: weet wat meer nieuwe recepten proberen. Ik heb wat kookboeken geleend bij de bieb en aangeschaft bij de kringloop en hoewel ik zelden maak wat er in een specifiek kookboek staat, geeft het me altijd goede ideeën.

De man was een paar dagen thuis deze vakantie en gisteren gingen we even een frisse neus halen. We stonden het natuurgeweld te bewonderen toen we letterlijk overspoeld werden door een uit de kluiten gewassen exemplaar. De kinderen vonden het geweldig, en wij ook. De wandeling werd er wat korter door want we moesten daarna naar huis voor droge kleren en chocomel.
Het was gek, want het waaide hier helemaal niet zo. Op zee moet het heel erg gespookt hebben want we hebben hier toch menig herfststorm bekeken maar zo veel geweld hadden we nog niet eerder gemaakt. En het was nog niet eens hoog water!

Schitterend, die wilde zee. Ik houd enorm veel van het bos maar zonder zee in de buurt zou ik het toch lastig vinden. Niets zo fijn om spinrag uit je hoofd te laten waaien als een herfstwandeling langs de kust.

Ik heb vandaag weinig gedaan, behalve mijn gewone ronde van bedden opmaken en de was bijwerken. Ook wel eens lekker. Ik heb brieven geschreven en ontvangen brieven gelezen, de houtkachel aan gezet en in mijn dagboek geschreven. De kinderen spelen met duplo en lezen wat. En nu gaan we lunch eten en dan maar eens kijken of we niet weg waaien buiten. Het regent niet meer, het waait des te harder. Spannend!

Fijn weekend allemaal 🙂

Herfstig blokje om.

Zo fijn om weer een camera te hebben. Dat heb ik wel gemist, foto’s maken. Mijn telefoon maakte nooit de beste beelden en ik heb nu evenmin een state of the art camera maar dat is ook niet nodig. Hoe eenvoudiger, hoe beter, tot op een bepaalde hoogte natuurlijk.

We maakten een kleine wandeling, want mien moest naar de wc. Gelukkig is de herfst pas net begonnen 🙂

Zo maar even tussendoor, deze plaatjes van rond om het huis.

Søppelplukking

Bij de kinderen op school worden vaak leuke dingen georganiseerd. De jongen ging vrijdagavond met zijn klas met een bootje naar Skauerøya, bij de tweedeklasser hadden ze ‘Beintøft’, een soort themamaand om kinderen meer milieubewust te maken.

De eerste week moesten ze zo veel mogelijk lopend of met de fiets naar school en deze week was het thema afval en vervuiling aan de beurt. De kinderen van de klas die het meeste afval plukten uit de natuur, kunnen een boek over de natuur winnen en omdat ons Fietje had gezien dat er ook in stond hoe je verschillende paddestoelen kon herkennen was ze nogal gemotiveerd om de boel eens flink op te ruimen. Dat hadden ze met de klas ook al gedaan, rond de school.

Zij is van allevier de grootste natuurliefhebster. Gisteren heeft ze in het bos een tipi gemaakt, met een stoel en tafel. Ze wil altijd uit wandelen, zit de helft van de tijd in het bos of bij de zee en heeft net als overgrootoma en moeder altijd wel oog voor kleine bijzondere dingen in de natuur. Een mooie bloem, een patroon op een steen, mooie mossen….

Dus gingen we naar een eiland in de buurt waar we vorige keer een schokkende hoeveelheid plastic zagen liggen. Uiteindelijk viel het me nog mee, we hadden anderhalve (grote) vuilniszak vol.
Ons Fietje heeft enorm haar best gedaan, niet gespeeld en alleen maar afval lopen rapen onder jeneverbesbomen (au) en tussen gladde stenen. Afgelopen maandag hadden we ook al een lange wandeling gemaakt en de nodige afval verzameld, hoewel het (hiephoi) leek alsof iemand ons voor was geweest, want er lag veel minder dan de keer ervoor dat we er liepen.

En dat is wel weer mooi. Er zijn mensen die alles maar neerflikkeren maar gelukkig ook heel veel initiatieven om het op te ruimen. Het zou niet nodig moeten zijn, maar alles is beter dan het laten liggen. Want dat snap ik niet. Het eiland op de foto’s is zeker in de zomer heel druk bezocht. Als je dat dan allemaal ziet, dan neem je de volgende keer toch gewoon even de moeite om het op te ruimen? Het was drie kwartier werk ofzo.

Maar dat vind ik zo gaaf van het onderwijs hier. In Nederland vertelde de directeur me dat ze, zodra ze zich langer dan een kwartier per week niet aan de opgelegde regels hielden, hij een plan voor de onderwijsinspectie moest maken hoe ze de ‘verloren tijd’ (van bijvoorbeeld naar buiten naar de boer, de natuur in etc.) zou gaan inhalen. Hier gaan ze kanoen, krabben vissen, zwemmen in zee, het bos in, worstjes grillen op zelf met een zakmes scherp gemaakte stokken op een open vuurtje, naar de boerderij om kalfjes te kijken en oh ja, een dode zeehond ontleden, maar dat was gewoon omdat de lerares er eentje had gevonden op het strand.

Ja, ik ben echt nog elke dag blij om hier te mogen wonen en mijn kinderen hier te kunnen laten opgroeien.